Amy

amy

Ze was een vrouw die in ingeslapen kamers brandalarmen deed afgaan. Ze blies vuur door haar stem en keek je langs haar teksten recht de ogen in. Amy Winehouse wendde nooit haar blik af, was oprecht en verwoestend, haar gevoel lag altijd bovenaan. Asif Kapadia toont in Amy hoe ze in haar pijn groef om gouden songs af te leveren. En hoe ondankbaar we daarmee zijn omgegaan.

Amy laat je rillend en emotioneel verknipt achter en doet je een vriend missen waarvan je niet wist dat je hem had.” Het is een commentaar op deze beeldmooie documentaire, in de trailer gemonteerd, en hij is de nagel op de kop.

Gevangen

Al vanaf de eerste shots ben je gevangen door de hartverwarmende Amy. We zien in een homevideo hoe ze als jonge tiener een verjaardagslied zingt voor een nichtje, zomaar tussendoor, op de trap gezeten, en je denkt twee uur lang: waarom hebben ze jou van ons afgenomen?

Amy kijkt dan al recht de camera in en heeft de air van een ster. Randje arrogant, soms erover, maar altijd palmt ze je in. “Ze kon je het gevoel geven dat je super belangrijk was”, zegt jarenlang manager Nicky Shymansky, die zelf maar drie jaar ouder was dan Amy toen zij op haar zestien doorbrak. “Ik heb haar veel te dicht laten komen, heb geen afstand ingebouwd. Dat zou ik nu niet meer doen.”

Maar het was dus te laat en niet alleen voor Nicky. Zo charmant als Amy was, zo hard kon ze ook zijn – om haar eigen pijn een stap voor te blijven. Definitie van de gevaarlijke vrouw. Kapadia geeft een rauwe inkijk in de destructieve relatie van Amy met haar latere man Blake Fielder. Toen Blake afstand wilde inbouwen, nam Amy wraak door met zijn beste vriend te slapen. “Iemand van ons moest de ander gewoon kapotmaken”, hoor je Amy daarover zeggen, “want we bleven elkaars hart breken.” Toch kwamen ze weer bij elkaar.

Winehouse raakte nooit over de scheiding van haar ouders (What is it about men?), wilde soms volledig verdwijnen – in drank, drugs, in haar eetstoornis – en dat gevoel kon Blake toelaten. “Ik verstond haar. Op mijn negende heb ik een zelfmoordpoging gedaan. Niet zozeer omdat ik dood wilde, maar omdat mijn stiefvader mijn moeder sloeg.” Zijn begrip en hun drugsverslaving leidden haar ondergang in.

Functioneel leed

Het leven van Amy was een poort naar haar muziek, fantasie hoefde ze zelden op te wekken. In haar eerste vriendje Chris verliest ze interesse, het leidt tot haar eerste succes: Stronger than me. “You should be stronger than me, you’ve been here seven years longer than me.” Uit pijnlijke hartstocht met Blake werden Tears dry on their own en Back to Black geboren.

De absolute klasse van regisseur Kapadia is dat hij al het persoonlijk materiaal – de beelden, de citaten van Amy en van vrienden – enkel gebruikt om haar songs te doen begrijpen. Hij doet dat slim en met veel gevoel. Hij zoomt traag in op een bevroren beeld (een ‘still’) van Amy, monteert er emotionele citaten op (je hoort niemand saaiweg iets in de camera zeggen), en schakelt dan over naar een concert waarop Amy je neerslaat met haar bedwelmende stem en haar op geen enkel moment onthaarde teksten. Je wordt van emotie tot emotie geleid, maar klef en vals voelt het nooit. Huiveringwekkend is de studio-opname van Back to Black. Ze slaat iedereen met verstomming op een moment dat het helemaal fout leek te gaan.

Iedereen misleid

Toch hielden haar topprestaties en haar ondergang minder contrast in dan je zou denken. Amy kwam bij momenten bovendrijven door haar ongelooflijk talent en groot verstand en haar blijvende wil om mooie muziek te maken, maar reed eigenlijk in één lange trek haar lichaam de vernieling in. Al die Grammy’s waren geen tekenen van plots herstel, enkel van grote klasse. Haar directe entourage werd er door misleid. Amy toont heel goed hoe die mist wordt opgetrokken om verslaving te verdoezelen. De film is in die zin meer dan een uitstekende muziekfilm en vertederende biopic, maar ook gewoon rasechte schooltelevisie.

Leedvermaak

En waar ze Amy dan zeker mogen draaien, is op de journalistenschool. Het lepelt je hart uit hoe je ziet dat de wereld zich vrolijk maakte om Amy’s dronkenschap en heroïne- en cocaïneverslaving – in tabloids, latenightshows, ja zelfs op prijsuitreikingen (“kan iemand deze namiddag Amy gaan wakker maken om te zeggen dat ze gewonnen heeft, die zatlap?”). Ze was opgejaagd wild. Er is in deze docu het wraakroepende beeld waarin Amy geen kant meer uit kan, ze staat dronken te staren en wordt omringd door flitsende camera’s, en wacht dan maar tot de vernedering voorbij is. Amy kon niet meer weg: “I’m a tiny penny rolling up the walls” (Back to Black).

Of met de woorden van een Engelse recensent: “this movie turns the camera back on the viewer, who saw, mocked and ignored Amy’s descent.”

En toen was ze weg.

Suite française

Suite-Francaise-620x327

Een française die in oorlogstijd liefde voelt voor een Duitse luitenant, is dat verkeerd? En zijn de mensen uit eigen rangen dan wel heilige boontjes? Met het innemende Suite Française brengt regisseur Saul Dibb al je zekerheden aan het wankelen. Zijn film is een hedendaags verhaal over onpeilbaar menselijk gedrag en schetst tegelijk de permanente angstsfeer van verraad en achterklap aan het begin van de Tweede Wereldoorlog.

We zijn 1940, in Bussy, op het platteland nabij Parijs. De Duitse troepen nemen het dorp in en elke soldaat wordt in een ander Frans gezin ondergebracht. Lucile Angellier (Michelle Williams) en haar schoonmoeder (Kristin Scott Thomas) moeten vrede nemen met luitenant Bruno von Falk (Matthias Schoenaerts), terwijl hun man/zoon aan het front tegen de Duitsers vecht. Moet je dan in verzet gaan of er toch maar het beste van maken? Brengt koppigheid wel zoden aan de dijk? Is lief zijn voor de vijand zonder meer achterbaks? Kan je liefde voelen voor een man met vele doden op zijn geweten?

Suite Française werd in alle stilte geschreven door Irène Némirovsky, voor zij werd afgevoerd naar het concentratiekamp van Auschwitz. Het manuscript is 56 jaar later door haar dochter teruggevonden en alsnog verfilmd. Saul Dibb zorgde voor de perfecte cast en verzorgde beelden om het verhaal tot leven te brengen.

Dat verhaal is filmisch erg interessant, omdat het een nog niet oververteld aspect van de Tweede Wereldoorlog inhoudt en tegelijk menselijke kantjes als liefde, moed en verzet, maar ook verraad, eigenbelang en afgunst in zich draagt. Die worden tijdens een oorlog gewoon op scherp gesteld, maar zitten ook verkapt in de dagelijkse verhoudingen van vandaag. Fans van geschiedkunde en fans van soapseries kunnen verbroederen met een ticketje voor het behoorlijk universele Suite Française.

De romance tussen Lucile en de luitenant helt naar de zoete kant, maar tuimelt nooit over de rand. Michelle Williams is steeds meer een label voor kwaliteit. Ze weet de complexe mengeling van affectie en afkeer voor dezelfde man feilloos weer te zetten, zoals ze dat eerder al deed in het uitmuntende Blue Valentine (2010). Onze Matthias Schoenaerts is dan weer uitstekend gecast als de harde vijand met het tedere kantje, de droeve man in harnas. Saul Dibb heeft duidelijk goed naar Rundskop gekeken.

Voortreffelijke vertolkingen, prima beeldwerk en rake muziek zitten allen vervat in een uitstekend historisch drama vol spanning en suspense en menselijk intrige. Suite Française is een film over toen die je nu moet zien.

 

 

 

 

 

Belgica

Belgica

(klik op foto voor trailer)

Twee broers verbouwen een bruine kroeg tot een feesttempel. Dampende lijven, halfopen hemdjes en korte rokjes doen er harten bonken en broeken zwellen, je groeit er een halve meter  onder de hypnose van de beat. Wie zich in (den) Belgica durft laten gaan, voelt de testosteron in lijf en leden openscheuren en (her)beleeft een hallucinerende trip. Alleen laat Felix van Groeningen de vinyl iets te lang scratchen. Veel party en drama, net te weinig verfijning.

Je moet het hem nageven. Welke regisseur weet meer emotie los te maken dan Felix van Groeningen? The Broken Circle Breakdown was een verscheurende hondenbeet uit je hart. Het drama haalde van Groeningen uit de dramatische ontwikkeling van het verhaal, uit de tergende noodlottigheden die zijn personages moesten ondergaan. Ashgar Farhadi bracht zo’n tour de force in La Vie d’Adèle, Joachim Lafosse in À perdre la raison, Susanne Bier in Brothers. In al deze prenten staat de camera claustrofobisch dicht op de spelers en worden met ongezien naturel de meest vernietigende dialogen neergezet. Onze flamand past helemaal in dat rijtje.

Het doet evenwel deugd dat van Groeningen na het grote drama van The Broken Circle Breakdown opnieuw voor een klein verhaal kiest, stijl De Helaasheid der Dingen en Dagen zonder Lief. Want daar ligt toch zijn uniek talent: verhaaltjes vertellen over mensen als jij en ik. Mensen die zich vervelen, twintigers die hun weg zoeken en verdwalen, die met elkaar dollen en scheten laten in elkaars gezicht. Die levens leiden met links en rechts sensatie, maar ook met doodgewone eindes en ongeraffineerd verdriet. Deze zelf wat sjofel ogende regisseur voelt als de beste aan hoe gewone mensen praten en eten. Van Groeningen bedient zich in Belgica niet van ultieme verwoestingen als de dood van een kind om een boeiend verhaal te brengen. Hij kan het zonder en daarin herken je zijn klasse.

Spiraal

Belgica is een portret van broers Jo en Frank. De jongere Jo is een harde werker met de nodige nuchterheid en een gezond verstand. Hij heeft als kind één oog verloren, het maakt hem ruiger. Hij heeft leren doorzetten en knokken. Stef Aerts zet een uitmuntende vertolking neer. Hij weet een permanente liefde en onderdrukte woede voor zijn broer in zijn hele houding en grimas te leggen. We zien een man die de controle wil houden, die tijdens feestjes aan de kassa denkt en maar matig kan genieten.

Die focus is helaas nodig met een broer die geen greintje discipline houdt. De oudere Frank (Tom Vermeir) ziet de Belgica als een vlucht, hij verliest zich in drank, drugs en vrouwen, maar is wel de man met de ideeën. De broertjes zijn verknocht aan elkaar en rollen al vechtend richting uitgang. Het is de verslavende broederliefde die hen een gat door de neus boort, niet het lijntje snuif. Die spiraal van haat en liefde waartegen je niet bent opgewassen, maakt Belgica pijnlijk herkenbaar. The Broken Circle Breakdown is in die zin nooit ver weg.

Lange schijf

De  drogerende beats en de hele soundtrack van Soulwax zijn voldoende reden om zich over te geven aan Belgica. Het natuurlijke spel en nonchalante dialogen, maar ook de uitstekende acteerprestaties, maken de film levensecht en weken het gevoel los. Belgica is een zeer degelijke film, maar haalt niet het niveau van Dagen zonder Lief, waar ik voor van Groeningen nog steeds de lat blijf leggen. Het ontbeert Belgica een beetje aan subtiliteit en dosering en originele plotwendingen. De regisseur wil te lang bewijzen dat hij sfeer kan scheppen en blijft er wat in steken. Je voelt ook met je ellenbogen aan hoe het afloopt. Al bleef het een plezier die rit tot het eind mee te lopen. Want den Belgica, dat is “de ark van fucking Noah!”.

We hebben niet door hoe fout we zijn

fabreWe zien niet meer wat seksistisch is. Zo ver zit seksisme in onze samenleving ingebakken. De voorbeelden zijn te talrijk en te verpletterend. Ik heb het niet over Harvey Weinstein, Bart De Pauw of Jan Fabre. Zij zijn niet meer dan de uitwassen van een collectief verwrongen beeld op (vooral) vrouwen en seksualiteit. De breedte van die systeemfout meet je niet door daders te tellen, wel door kranten te lezen. Het zit ‘em in opinies en redactiekeuzes.

Schijndebat

We zijn nog maar dag 0 waarop 20 dansers en danseressen (8 uit eigen naam, 12 anoniem) in een open brief een zeer pijnlijk boekje open doen over het gedrag van Jan Fabre op en naast de set van zijn theatergezelschap en de eerste getuige die het allemaal komt relativeren, staat al in de krant. We hebben te maken met slachtoffers sinds 1998, waarvan een aantal in therapie zijn gegaan. Zij hebben er mogelijk jaren over gedaan om naar buiten te durven treden en na een halve dag vindt een redactie het nodig om Geert Kimpen, een collega-danser die ‘enkele maanden’ onder Jan Fabre heeft gewerkt, op te voeren als een soort objectieve getuige, een tegengewicht, zeg maar, die komt insinueren dat het allemaal wel meeviel. Op redacties heet dat woord en tegenwoord: een danser die niet werd misbruikt versus dansers die wel werden misbruikt. Mensen die Fabre aanvallen versus iemand die hem verdedigt. Als dat geen eerlijk debat is!

Het is zo oneerlijk als de pest. Een oprecht tegenwoord zou komen van een danser(es) die helemaal hetzelfde heeft meegemaakt onder Fabre en dus weet waarover hij of zij het heeft en vanuit die gekwetste positie een aantal kanttekeningen aanbrengt en clementie vraagt voor Fabre (werkdruk, lichamelijk contact op de set, ‘het beste in de artiest naar boven halen’, enzovoort). Dàt is een eerlijk duel, maar zo’n getuige vonden ze niet en, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid: die bestaat niet. Dan maar gewoon een danser, dat komt toch al in de buurt?

Het is eigenlijk nog erger. Het werd een danser die eens één keer op de set iets meemaakte dat uiteindelijk wel meeviel en zo de eigen ervaringen van slachtoffers banaliseert. Schijndebat in het kwadraat. Geert Kimpen had Jan Fabre tegen zijn tegenspeelster wel eens horen zeggen ‘dat ze tegen hem op moest rijden tot hij een erectie kreeg’. De actrice had de tranen in de ogen, getuigt Geert Kimpen, en nam die avond ontslag. Kimpen vond het erg, maar tilt er niet al te zwaar aan (zie verder).

Die ene ervaring geeft hem in de krant en bij het lezerspubliek wel opnieuw een onterechte status van objectieve getuige die komt zeggen dat het allemaal wel meevalt met dat seksisme, terwijl deze ervaring gewoon zijn ervaring is en niets afdoet aan wat anderen hebben gevoeld. Het is als tegen je kind zeggen: ‘neen, die spruitjes zijn wel lekker’, gewoon omdat jij ze lekker vindt. Je eigen ervaring als norm nemen in de ervaring van seksueel misbruik van een ander, is onnoemelijk kwalijk. Een krant hoort daar niet aan bij te dragen. Toch zeker niet zonder commentaar of kritische vraag en ook niet op dag nul. De ruimte en de timing die Kimpen in de pers krijgt, is disproportioneel.

Bovendien is de ervaring van de tegenspeelster van Kimpen – hoe erg op zich ook – slechts een enkel en mogelijk lichter feit (al laat ik haar daarover oordelen) vergeleken bij de waslijst aan bezwarende feiten in de open brief: slachtoffers-dansers die geld kregen geboden voor seks, solovoorstellingen op hun buik konden schrijven als ze weigerden en dan vernederingen moesten ondergaan. En het is niet eens zij die in deze opinie spreekt, maar Kimpen zelf – een vrolijke koorknaap die zijn loopbaan naar eigen zeggen aan Jan Fabre heeft te danken. Is dat een journalistiek evenwicht?

Ik verwijt Geert Kimpen niets, want hij heeft de moed om een mening te uiten waarmee hij zich niet populair maakt en dit ter bescherming van zijn leermeester. Alleen daarom chapeau, en ook alleen daarom.

Verschillende kranten zouden voor een eerlijk debat moeten kiezen en Geert Kimpen tegen zichzelf en de samenleving moeten beschermen, maar laten dat na en voeden verwrongen denkbeelden in al onzer hoofden. Het doet denken aan de VRT die in Terzake Dries Van Langenhove opvoerde om het over transgenders te hebben, in een debat met Petra De Sutter, tegelijk chirurg en ervaringsdeskundige binnen dat terrein. Ook hij werd niet door kennis van zaken gehinderd en “kende wel wat transgenders die spijt hadden van hun operatie”. Het debat werd een pijnlijke beleving voor vele transgenders. Hetzelfde ervaren slachtoffers van seksueel misbruik ongetwijfeld met de passage van Geert Kimpen, die met eenzelfde deontologische laksheid werd gecast, op een heel verkeerd moment bovendien. Als er maar een debatje van komt, dan is het al lang goed.

Verwrongen denken

Het hele taalgebruik en de ideeën van Geert Kimpen duiden op een verwrongen beeld op vrouw, man en seksualiteit, op onderlinge verhoudingen tussen mensen, een mensbeeld dat vooral vrouwen overal om zich heen ervaren. Het is des te pijnlijker omdat Kimpen zelfs echt een poging doet, althans in zijn hoofd, om de zaken objectief te bekijken, maar zelfs bij verhoogde hersenactiviteit niet door heeft hoe fout zijn denken zit. Hij beseft zelfs dat hij bevooroordeeld is, maar dat besef helpt hem niet de zaken menselijk juist te bekijken.

Zijn eigen reactie op het voorval met (of zonder eigenlijk) de erectie is veelzeggend: “Ook mijn lichaam werd voor iets ingezet dat ik niet wilde en intimiderend vond. Maar we waren in een professionele context, omringd door anderen, hadden de vrijheid, als we voldoende assertief waren, om ‘nee’ te zeggen, en we hadden ons vrijwillig beschikbaar gesteld voor zijn extreme voorstelling.” Dus in een professionele context is misbruik oké en als je er niets tegen durft in te brengen, heb je het aan jezelf te wijten. Kimpen, en heel veel mensen met hem, nemen de daden van de dader als normaal voorkomend gedrag aan waarop het slachtoffer dan maar neen had moeten zeggen.

“Wat het een #metoo-moment? Ik weet het niet”, zegt hij nog. Het antwoord is eenvoudig: je tegenspeelster nam ontslag. Haar ervaring is de enige norm en al de rest telt niet. Maar neen, Kimpen spreekt liever over dansers die “zich al dan niet terecht gekwetst voelen”. Hoe iemand zich voelt, is hoe iemand zich voelt. Een gevoel kan nooit onterecht zijn.

En lees ook tussen de lijnen: ‘ik was er oké mee, dus dan is het oké’. Mensen nemen hun eigen pijngrens als de norm voor anderen.

Verderop schrijft Kimpen: “Een Fabre-acteur weet dat hij het uiterste van zichzelf zal moeten geven en moeten laten zien. Dat levert ook adembenemend theater op. Maar het is volgens mij geen #MeToo. Fabre vergrijpt zich niet aan je tijdens de repetities. Hij zit niet aan je en vraagt ook niet aan hem te zitten.” Dus pas als Fabre je bepotelt, is er sprake van seksueel overschrijdend gedrag? Bekijk ook de nood van Kimpen om de zaken te rationaliseren: “het is volgens mij geen #metoo”. Nog eens: het is niet aan jou om daarover te oordelen. Als iemand te ver is gegaan, is hij of zij te ver gegaan en als je onbewust een grens overschrijdt, dan vind je dat normaal gezien erg en bied je uitvoerig je excuses aan. Dat is de normale gang van zaken.

Kimpen verliest in zijn drang naar nuance helemaal de pedalen als hij zelf een voorbeeld aanbrengt dat moet bewijzen dat Jan Fabre wel hard was maar niet grensoverschrijdend. Kimpen was een keer in zwembroek gaan zonnebaden en verbrand geraakt terwijl hij de komende dagen een naaktperformance had. Fabre was razend geworden en had geroepen dat hij zijn piemel en zijn billen de komende dagen dan ook maar moest verbranden, anders leek het op het podium alsof hij een short aan had. Kimpen besluit dat dit niet seksueel overschrijdend was en daar kan ik helemaal in komen. Maar waar komt de behoefte vandaan om van daders een aantal momenten op te noemen die niet seksistisch waren. Wat doet dat ter zake? Omdat zijn gedrag niet altijd rampzalig was, is het allemaal oké? Dat heet niet nuancering, zoals De Standaard de bijdrage aankondigt, het is plat relativeren.

Fabre wordt in het stuk ook geëxcuseerd want hij “is geen heilige” (seksuele intimidatie is niet hetzelfde als een pint te veel drinken, Geert). En dan de dooddoener bij uitstek: “het past niet in deze #metoo-tijden”. Er zijn nog altijd miljoenen mannen (en iets minder vrouwen) die grensoverschrijdend gedrag de norm vinden en ‘overgevoeligheid’ als het nieuwste modeverschijnsel beschouwen dat wel weer zal overgaan. Een forum bieden aan mensen met deze redeneringen doe je niet lichtzinnig.

 

Melania, we gaan fietsen in Toscane

melania trump

Daar ben je zo rijk voor moeten worden, nu ben je zo alleen. Ik begrijp je wel, ik zie van ver hoe het is gegaan. Je man moet er bovenuit gestoken hebben, zijn ambities veroverden je hart. Je werd door zijn daadkracht aangetrokken, zijn macht moet je hebben gecharmeerd. Een man met ballen, waarvan je niet wist dat die zijn bestaan oriënteerden. De aantrekking komt eerst, het nadenken te laat.

Dat hij ook zorgzaam moest zijn, een luisteraar die in je diepste uren mee in het putje komt zitten, gehurkt op straatstenen wanneer je dronken je verdriet vertolkt, dat kon je toen nog niet bevroeden. Wist jij veel wat belangrijk was. Je stond in bikini’s gehuld, felle spots verstoorden je vergezicht, buiten de kring aanbidders zag je de leegte niet. Je hoorde je nog niet schreeuwen zonder geluid, je nog niet in witte huizen worden gemummificeerd, nog niet gegrepen worden zonder dat je bewegen mag, zonder dat één draad uit jezelf vertrekt.

Ik neem je mee, Melania. Een fietsvakantie van twee weken, we starten in Toscane, dat maakt de shock minder groot, ik wil je niet forceren.

Op de vooravond van dit nieuw begin nemen we de bus naar de Decathlon – ik doe aan autodelen en de wagen was niet vrij. We kopen een klein tentje, compact maar goed, het mag iets kosten want we kopen maar één zelfopblaasbaar matje, ik slaap wel op mijn handdoek. Ik zal toch op wolkjes liggen, denkend aan de Sloveense hellingen in je godinnenlichaam en hoe ze te overbruggen. Ik zal je niet aanraken tot je smelt.

Op de terugweg van de Decathlon passeren we langs de cinema, want film, daar zijn wij tweetjes gek op. Er kunnen ijspralines van af, want ons verlof begint. Heel even later al, komt onder botox je schoonheid vrij, ontpellen zich eerste lagen, valt zelfs jouw gelaat in asymmetrie, wanneer je door Penelope Cruz bewogen wordt. Ik voel je pijn, ze schuurt onder opperhuiden, je bent net als zij parelmooi en onbemind. Ik zwijg in alle buitenlandse talen over mijn adoratie voor Asghar Farhadi, ik neem de ruimte niet in, orakel niet dat zijn vorige film beter was. Dit moment is nu voor jou. Maximaal haalbaar – we kennen ons nog maar even – draaien je ogen op zacht. Voor tranen is mijn schoot nog niet veilig genoeg, maar in een holte van mijn schouderblad leg je je hoofd ooit neer, je zag al dat het kon.

Later, bovenop de berg, sta je te kijken van wat je hebt gepresteerd. Je drinkt verhit water, vindt een rand bezwete kaas en vanop je knieën sleur je met je tanden een stuk baguette vanonder je snelbinder uit. Je grijpt de laatste Snickers, hij is gesmolten, er hangt chocolade aan je kin en je stinkt zoals ik het wil. Nog steeds laat ik ruimte voor je seksdetox, maar als ik voel dat het moet, zal ik je nemen, wees dus ook gerust. Met gepaste pauzes, dan weer in tergende, anderhalve maat.

Beeld het je in, imaginair, hoe na de daad onze lichamen ontzweten, het jouwe tracht te zoeken wanneer het voor het laatst nog zo stilgelegd, verkalmd, ontzenuwd werd. Je ligt op je rug, je ogen gesloten, je armen langs je heen. Ik durf bij dertig graden over een dennenappel onder het tentzeil mijn arm naar je toe bewegen, tektonische platen schuiven na millennia weer in elkaar, continenten verbinden zich. Door je aderkanalen stromen Europese rivieren, ik volg al je vertakkingen, welke wegen leiden naar je hart? Je dommelt net niet in en het is dan dat ik je vraag: ‘wie ben jij?’.

Waarom Litouwen het Eurovisiesongfestival mag winnen

Ze zat neer in een breed gedrapeerd kleed van het nylon van glasgordijnen waarmee grootmoeders logeerkamers verduisteren om ons te slapen te leggen. Verfijnd en warm, vormeloos en ver uit de tijd. Een kleed dat onbeschadigde tienermeisjes in Franse dorpen dragen en zegt hoe jong ze nog zijn. De kleur: het naïef roos van eenhoornverhalen. Haar haren dun en sluik als middenvakbanen in fluisterbeton, geen bultje op hun weg. Ieva Zasimauskaitė uit Litouwen had nog niets meegemaakt, maar ik geloofde alles wat ze zong. From the very first kiss, I knew it’d end up like this. Op krantenredacties heet het klef, ik zeg ‘puur’. Ik zag dat het waar was, sinds even weet ik dat het bestaat.

Ik zag waar ze bijna brak, hoorde glas kraken in haar blik, een stem die overslaat. Schoonheid kan angstig maken, als je van liefde het harnas pelt, komt ze gevaarlijk dicht. Cynisme is makkelijk, roos is de moeilijkste kleur. Wie durft er kamers in behangen? Wat zullen we nog zingen als het protestlied is gedoofd? From the very first smile, I knew that I’d walk a mile. Iemand?

Ik zag gisteren een vriend. We praatten in open lucht. Zijn moeder is gestorven, euthanasie. ‘Je gaat op je laatste avond toch geen ziekenhuiskost eten?’, had hij gezegd, en was frieten gaan halen en een cola. Fotootje. Ze lachte samen met haar kleinkinderen, was klaar voor het einde, wilde sterk zijn voor haar man en zonen. I’m not afraid to grow old, if I have your hand to hold. Ook hadden we het over Trump en Iran en de handdruk van een schepen, geloof ik.

En over jij, jij. Jij doet in bergkapellen kaarsjes branden, voor de mama van mijn goede vriend. Jij ziet mij. Jij kunt me niet lezen, maar begrijpt de essentie. Jij hebt een eurovisie op mijn hart. Jij geeft licht aan een heel dorp. Jij leest geen krantenknipsels, maar legt je hand op mijn borst. No matter what comes our way, I feel like you’re here to stay. You were there right from the start and let me inside your heart.

Vanavond kruisen geëngageerde journalisten op verharde redacties de vingers voor de #metoo-song van Israël, het vluchtelingenlied van Frankrijk, het antiterrorismelied van Italië en ze hopen dat de klefheid niet wint. Ik kijk naar een roos kleedje, in het nylon van glasgordijnen.

De MIVB wil maatschappelijk verantwoord ondernemen. Mag het even?

MIVBRedouane Ahrouch, voorzitter van de omstreden partij Islam en tevens buschauffeur in Brussel, werd door de MIVB ontslagen omdat hij publiekelijk pleitte voor verplicht gescheiden vervoer van mannen en vrouwen op de bus. Dat ontslag is voor mij de enige piste die de MIVB kon bewandelen.

Jogchum Vrielink, professor discriminatierecht aan de Université Saint-Louis – Bruxelles en vaste opiniemaker bij De Morgen, denkt daar anders over. En ook Groen-parlementslid Imade Annouri stelt op Facebook: “Ik vind de ideeën van Ahrouch compleet idioot en zal die met elke vezel ideologisch en politiek bestrijden. Maar iemand ontslaan louter en alleen voor zijn mening gaat net in tegen exact die normen en waarden die ik met elke vezel wil verdedigen.”

Vrielink en Annouri verdedigen de vrijemeningsuiting en zijn bevreesd voor de inmenging van de werkgever in het privéleven. De vrije mening is voor hen het hoogste goed. Maar de werkgever van Ahrouch lijdt wel imagoschado door hem in dienst te houden en dat mag je toch ook in overweging nemen.

Vrielink spreekt zich uit tegen “een ruimere ontwikkeling” waarin werkgevers mensen ontslaan wegens controversiële uitingen die ze doen als burger. Ik zie eerder een ruimere ontwikkeling waarin burgers, politici en professoren op tafel kloppen om onze vrije mening te verdedigen en discriminatie te bestrijden en de waarden die daarmee conflicteren dan maar opzijschuiven.

Zoals: het recht van een werkgever om binnen de grenzen van de wet mensen te mogen ontslaan als die het imago van hun organisatie ernstige schade toebrengen. Een buschauffeur die pleit voor segregatie van reizigers op zijn bus doet dat wel degelijk. Hij brengt het imago van zijn organisatie in gevaar. Of duidelijker gesteld: het bedrijf doet zichzelf de das om als het aan de samenleving zegt: ‘iemand die dergelijke ideeën verkondigt over onze dienstverlening, mag bij ons blijven’. Wees gerust dat het dan evenzeer felle reacties regent (en in mijn ogen terecht) van mensen die verontwaardigd zijn dat zoiets getolereerd wordt. Van organisaties die maatschappelijk verantwoord ondernemen hoog in het vaandel dragen, wordt verwacht dat ze daarnaar handelen. Ook dat vinden we een belangrijke waarde.

Ik vind het jammer dat Annouri en Vrielink dit niet in rekening brengen. Ze kiezen wel erg makkelijk één kant.

Een imago heeft er snel gelegen

De realiteit van de dag is dat de MIVB gewoon geen keuze had. Je kunt geen waarden als inclusie en algemene toegankelijkheid voor elke burger voorstaan en tegelijk één van je buschauffeurs de scheiding van mannen en vrouwen op de bus laten bepleiten. Je zou kunnen zeggen: ‘dat is maar één werknemer en die vertegenwoordigt de organisatie toch niet?’ Maar iedereen weet: zo werkt het niet met imago en reputatie. Als er ergens een geurtje opduikt, trekt dat over het hele bedrijf. Als de MIVB dit tolereert, is het kwaad geschied. Als ze zich er duidelijk tegen afzet, niet alleen in (makkelijk) woord, maar ook in moedige daad, dan blijft haar imago overeind of wordt het hersteld.

Een chauffeur die tegen de richting rijdt

Het is niet alleen een kwestie van imago. Je kunt ook niet voort met medewerkers die je gedachtengoed, je missie en waarden, met de voeten treden. De waarden van Redouane Ahrouch zijn flink in tegenstrijd met de waarden van zijn werkgever en dat is op zich genoeg reden om de samenwerking ernstig in twijfel te trekken en mogelijk te beëindigen. Met medewerkers die uitgesproken en met volle overtuiging tegen de richting rijden, is het weinig waarschijnlijk dat je ooit de juiste weg inslaat.

Ahrouch deed zijn uitspraken bovendien binnen de context van het werk, namelijk ‘de bus’. Hij had ook voor de scheiding van mannen en vrouwen in restaurants of sauna’s kunnen pleiten, maar dat deed hij niet. Hij drukte niet gewoon zijn mening uit, maar plaatste die bewust in de context van zijn eigen werk. Hij bracht daarin standpunten naar voor waar zijn werkgever geheel niet zou kunnen achter staan en dat had hij moeten weten of wist hij wel degelijk.

Een positief signaal naar reizigers en samenleving

Met het ontslag trekt de MIVB dus een lijn in het zand: ‘dit zijn wij niet, dit tolereren wij niet’. Ze redt haar imago naar buiten en beschermt de gelijkheid van man en vrouw onder haar medewerkers. Ze zet van haar missie de puntjes op de i en ik zeg: ‘voor zo’n bedrijf wil ik werken, met zo’n bedrijf wil ik reizen’. De organisatie geeft blijk van maatschappelijk verantwoord ondernemen, niet alleen in de letter, maar ook in de daad van dit ontslag.

Het is bizar dat een lid van Groen, een partij die al decennialang het thema maatschappelijk verantwoord ondernemen politiek naar zich weet toe te trekken, deze waarde zo makkelijk ondergeschikt maakt aan de vrije mening van het individu.

De moedwillige werkgever?

Ik maak de rekening van Groen niet en ook niet van Imade Annouri. De verdediging opnemen van iemand waarmee je het fundamenteel oneens bent, is ook een mooie deugd en een politieke zeldzaamheid.

Ik heb wel bedenkingen bij een uitspraak van professor Vrielink: “Pas op voor de overwegingen van die werkgevers. Men onderneemt doorgaans niet zozeer actie vanuit een betrachting van morele zuiverheid, maar veeleer om imagoschade te vermijden.” Ik vind dat de professor hier een intentieproces van de MIVB maakt. Is het belangrijk te weten wat er in het hoofd van de MIVB-directie omgaat als ze moreel het juiste doet en een daad stelt die overeenstemt met haar principes van maatschappelijk verantwoord ondernemen? Als je er dan van verdacht wordt dat het allemaal vals en fake is, tja, dan kan je natuurlijk nooit goed doen.

Bij je mening ook je lot dragen

Onze rechten kennen wij als het onzevader uit het hoofd, maar als het over verantwoordelijkheid en loyaliteit gaat, geven we minder graag thuis. Redouane Ahrouch mag zijn scherpe mening verkondigen en de wetgever verdedigt die, want Ahrouch wordt niet gerechtelijk vervolgd voor zijn uitspraak. Maar een mening verkondigen, is nooit een heldendaad op zich.

Een echte held maakt de afweging van de reikwijdte van zijn opinie en de mogelijke schade die die opinie aanricht aan de samenleving en de onmiddellijke omgeving waarin hij zich bevindt. Hij denkt dus ook aan de anderen en als hij beslist zijn mening door te zetten, aanvaardt hij de consequenties van die daad. Daaraan herken je de echte helden. Redouane Ahrouch bleek hier niet zo iemand te zijn.

Selma

selmaMet Selma focust Ava DuVernay op de strijd voor ongelimiteerd stemrecht voor Afro-Amerikanen en de vreedzame protestmarsen tussen Selma en Montgomery, in 1965. Geen sentimentele heldenverering van Martin Luther King dus, maar een film vol gevoel die je moeiteloos meesleept.  De zin voor rechtvaardigheid wordt wakker in elke vezel van je lijf. Met dank aan een fantastische soundtrack, briljante montage en prachtige fotografie.

(Selma speelt op 6 april 2018 op Canvas, om 21.15u)

De grootste verdienste van Selma is dat de film een duidelijk inzicht geeft in de politieke strategie van Martin Luther King en zijn entourage en tegelijk een menselijk verhaal vertelt dat diep weet te raken. Dat heeft veel te maken met de keuze van Ava DuVernay om er slechts één jaar in de strijd uit te liften. We krijgen niet nodeloos de levensloop van Martin Luther King te zien, vol irrelevante feiten en de obligate jaarsprongen die altijd afstand creëren tot het personage. We zien King (fenomenale vertolking van David Oyelowo) regelmatig onderhandelen met president Lyndon B. Johnson en brainstormen met zijn voltallig team, we zijn helemaal mee in het dag-op-dagleven van de politiek en begrijpen hoe de keuze om de optocht in Selma te houden uiteindelijk tot succes moest leiden. Strakker krijg je het niet uitgelegd. Eén minpuntje terzijde: de innerlijke strijd van president Johnson, die de vrede moet bewaren tussen zwarte woede en blanke angst, had meer gelaagd mogen zijn uitgewerkt. Acteur Tom Wilkinson valt wat licht uit.

Maar DuVernay’s focus houdt dus ook de emoties vast. De tijd blijft hangen en dat legt de loep op wat er in die tijd gebeurt. We zien King als een volleerd strateeg en geweldig demagoog, de speeches zijn voortreffelijk. Tegelijk is ook hij angstig en zijn relatie met Coretta (Carmen Ejogo) staat geregeld onder druk. Hij vraagt zich meermaals het doel van zijn strijd af en tapt moed bij vrienden. In het holst van de nacht belt hij een vrouw die voor hem moet zingen, hij wil “de stem van onze Heer horen”.

Selma is een aaneenrijging van memorabele scènes, waaraan fotografie (Bradford Young), montage (Spencer Averick) en muziek (Jason Moran) hun grootse bijdrage leveren. Terwijl zijn makkers op King afstappen om het harde nieuws te melden over de moord op een blanke priester die zijn strijd deelt, zien we hoe die man daadwerkelijk in elkaar wordt geknuppeld. De montage kon zo uit The Godfather zijn gekomen.

Toch steekt één epische scène er voor elke kijker uit: die van het politiegeweld op de Edmund Pettus Bridge (de naam is die van een leider van de Ku Klux Klan en is tot vandaag nooit veranderd). In hun vreedzaam protest worden de zwarte demonstranten er afgeslacht. DuVernay toont theatrale beelden, gehuld in mist, waarin onschuldige burgers wegrennen en worden neergeslagen door agenten te paard. Het geluid en geschreeuw valt uit, we horen enkel de zweepslagen en knuppels, daarboven prachtige Afro-Amerikaanse, kwetsbare a capella-gezangen. Het contrast tussen onschuld en barbarij kun je niet scherper neerzetten. Huivering voor weken.

Bart De Wever is makkelijk te pakken

de wever rechts

‘Orthodoxe joden hechten ook veel belang aan uiterlijke tekenen van hun geloof. Maar zij aanvaarden wel de consequenties daarvan. Ik heb nog geen orthodoxe jood gezien die een loketfunctie in Antwerpen wil. Zij vermijden conflicten. Dat is het verschil. Moslims eisen wel een plek op in de publieke ruimte, in het onderwijs, met hun uiterlijke geloofstekenen. Dat zorgt voor spanningen.’

Bart De Wever vindt het nodig om onderscheid te maken tussen bevolkingsgroepen in zijn stad en linkt moslims aan conflictgedrag. Hij is inmiddels het punt voorbij dat hij ‘problemen bij de naam wil noemen om ze te kunnen aanpakken’, hij heeft zelfs geen problemen meer nodig, geen rellen op de Turnhoutsebaan, geen geweld tegen politie, om ‘paard en kar te noemen’. Er valt geen kar te bespeuren en nog spreekt De Wever van een lelijk paard. Hij verwijt links dat het de ogen sluit voor problemen, maar zelf verzint hij problemen. Het wordt moeilijk zo iemand ernstig te nemen.

En toch is het net dat wat gebeurt. Bart De Wever is volgens een bevraging van De Morgen bij ruim honderd prominente Vlamingen de meest ‘invloedrijke intellectueel’. Dat het zover is kunnen komen, is zeker niet de schuld van een of ander klootjesvolk waarover meewarig moet worden gedaan in kwaliteitskranten. Het zijn namelijk die kwaliteitskranten zelf die straks in de Seefhoek een human-interestreportage gaan maken met de vraag: ‘wat vind je van de uitspraken van De Wever over het verschil tussen moslims en joden?’. Dat zal dan op redacties beschouwd worden als objectieve verslaggeving, want elke mening zal aan bod komen – met de meest radicale citaten in de titel welteverstaan. Volgende week hebben ze het dan over ‘de heisa die was ontstaan na de uitspraken van De Wever’, terwijl ze er zelf een heisa van maakten. Zo word je dus ‘een invloedrijk intellectueel’.

De teneur is op dag +1 al gezet. De Standaard vatte een stuk aan met als boventitel ‘Zijn sommige minderheden assertiever dan andere?’. ‘Conflictueus’ werd door ‘assertief’ vervangen en ‘moslims’ door ‘sommige minderheden’ en de stelling werd een vraag, ten behoeve van de neutraliteit, maar de vraag werd toch maar mooi de publieke arena in geworpen, precies waar De Wever ze wil hebben.

Zelfde verhaal in De Morgen, via een interview met politicoloog Dave Sinardet die het thema krijgt voorgeschoteld. Hij wijst erop dat De Wever de joden niet aanvalt op hun visie op homoseksualiteit en de moslims wel. Daar krijgt De Wever wat weerwerk, maar de discussie is naast de kwestie en de journalist leidt met zijn vraag het verkeerde debat in. Voor je het weet, zitten twee verstandige mensen een discussie te voeren over welke geloofsgemeenschap al dan niet homofober is dan de ander. Weer wat De Wever wil: het debat op het vuur houden. Wat de kiezer zal onthouden, is: ‘die vreemdelingen zijn homofoob’. Ik zeg niet dat je het debat niet mag aangaan over de visie van religie op seksuele geaardheid, maar het onderwerp ligt hier vandaag wel gewoon zomaar op tafel, zonder aanleiding, en de katholieken en atheïsten blijven buiten schot.

Die beheersing van het politieke debat door één persoon, keer op keer, is op zich al verontrustend. Dat het debat ook nog eens draait om stigmatiserende uitspraken – zonder een concrete aanleiding – van diezelfde persoon, zonder dat die uitspraken zelf worden aangevallen, is nog verontrustender. Zeker wanneer die stigmatiserende besluiten van De Wever voortvloeien uit volslagen kromme redeneringen en navelstaarderij.

Wat De Wever doet, is zijn overtuiging als de waarheid aannemen. Dat je achter het loket geen hoofddoek of andere religieuze tekenen mag dragen, is voor hem gewoon een gegeven. Het is een axioma waarvan hij vertrekt, in zijn stellingname is dat geeneens een discussie meer waard. Je volgt dat dan braaf en bent een flinke jood of je legt je er niet bij neer en bent een conflictgedreven moslim. Zijn eigen mening is het uitgangspunt en je wordt door De Wever beoordeeld in hoe ver je daar in volgt. Dat heet overigens niet integratie, maar assimilatie. Zo blijft hij blind voor andere meningen en visies waardoor hij werkelijk denkt een pamflet te kunnen opstellen van Vlaamse normen en waarden die wij allemaal delen en waar nieuw- en oudkomers zich aan moeten houden.

Dat zo iemand de plak zwaait in Vlaanderen mag je gerust bang maken. Met enig vermogen tot zelfrelativering zou De Wever enkel kunnen besluiten dat zijn eigen mening nog altijd maar zijn eigen mening is en dat die niks meer waard is dan die van een ander.

We zijn ver heen als een job willen bij de stad bestempeld wordt als conflictueus gedrag. Je niet zomaar neerleggen bij een maatregel als het verbod op religieuze tekenen is volgens Bart De Wever dus muiterij. Simpeler gesteld: als je je niet zomaar neerlegt bij wat wij hebben beslist, ben je een belhamel. Het is een uiting van tunnelvisie. In je grote gelijk kan je er niet mee overweg dat iemand anders een andere mening heeft, je kunt het je zelfs niet voorstellen, de ander kan alleen nog een idioot zijn. Dan word je zo kwaad dat je die ander criminaliseert.  ‘Analyseer mijn discours van de voorbije dertig jaar. Je zal vooral continuïteit zien’, zegt Bart De Wever. Dat klopt, hij schoof geen millimeter op in de richting van een ander, wie dan ook. Ik zou me er als burgervader niet mee op de borst kloppen.

De veralgemening, het gebrek aan perspectief (er zijn gewoon veel minder joden dan moslims in Antwerpen), het beoordelen van het gedrag van anderen op basis van je eigen waardenpatroon, het vertonen van conflictgedrag terwijl je zelf het conflict opzoekt, het tegen elkaar opzetten van gemeenschappen. Er is onnoemelijk veel om De Wever op aan te pakken. In de plaats daarvan rent de pers als een bezetene naar de richting die De Wever aanwijst. Er was zondag geen vuiltje aan de lucht, geen wolkje aan de hemel en er was maar één man conflictueus: de burgemeester van een multiculturele stad. ‘Waarom doet hij dat?’ ‘Waarin zit zijn denkfout?’ Die vragen moet de pers beantwoorden. Leg die navelstaarderij bloot, de manipulatie van een bevolking in een verkiezingsjaar. Het is je verdomde plicht.

Meyrem Almaci en Kris Peeters zagen wel de lichtbak die De Wever had aangefloept, maar ze zagen er een afleidingsmanoeuvre in van de aanval met de handgranaten in Deurne en van het Antwerpse drugsbeleid. Ze maken daar in mijn ogen een kapitale fout, want ook zij sparen De Wever. Wat besluiten de N-VA-kiezers namelijk uit zulke terughoudendheid? Juist: ‘Niemand kan hem tegenspreken, omdat hij gewoon gelijk heeft.’

Pers en politiek verblinden zich. Ze springen mee in het hinkelpark dat Bart De Wever heeft uitgetekend. Hij gooit de steentjes in de vakjes waar je overheen moet, iedereen springt onachtzaam over de thema’s en meningen heen, over de kromme bochten in de redenering waar hij niet op wil ingaan.

Als greep uit de beledigingen die De Wever zijn politieke tegenstanders al heeft toegedicht, nemen we even die van zondag: ‘de valse menslievendheid van links’ omdat zij tegen een hoofddoekenverbod zijn. Doen de tegenstanders van De Wever nu echt zodanig in hun broek, zijn ze nu echt zo bang hun kiezers te verliezen, dat ze daar niet eventjes radicaal tegenin durven gaan? Laten ze zich nu echt dicteren wie of wat ze zijn, gewoon omdat ze een mening hebben?

Je kunt hier heel anders op reageren. Tegen een hoofddoekenverbod zijn, heeft niets met menslievendheid te maken, maar met de verdediging van de liberale waarden van de Verlichting. Ik heb helemaal niets met godsdienst en hoe minder religie er zou zijn, hoe minder wereldconflicten allicht. Ik ga ook niet beweren dat er geen enkel moslimmeisje vanuit enige druk een hoofddoek draagt en dat ook niet counteren met te tellen hoeveel er die hoofddoek dan wel uit vrije wil opzetten. De enige maatstaf die ik hanteer, is de grondwet: dat pakket waarden die sommigen zo graag in een Nieuwkomersverklaring zouden laten opnemen. En die grondwet zegt dat hier godsdienstvrijheid heerst en die godsdienst kan je niet op commando afleggen. Als je je hoofddoek moet afdoen op het werk, dan kan je hem net zo goed nooit dragen.

Jaja, er is de scheiding van Kerk en staat. Maar die valt pas wanneer religieuze voorschriften de wet gaan dicteren en in het huidige antireligieklimaat zou ik me daar geen zorgen over maken. De scheiding tussen Kerk en staat komt heus niet in het gedrang door een moslima met hoofddoek die een stempel op je paspoort zet.

Een andere waarde die we hier aanhangen, is: ‘een mens is onschuldig tot zijn schuld bewezen is’. Verdedigers van een hoofddoekenverbod bergen die waarde de facto op. Hun argument is dat de staat neutraal moet zijn. Wat zeggen ze daar eigenlijk mee? Dat iemand die een geloof belijdt zijn of haar job niet neutraal zou uitoefenen. Dat een moslima pakweg een homo niet fatsoenlijk zou behandelen aan het loket. Ik vind dat een schandelijke blijk van wantrouwen en een verborgen beschuldiging zonder dat de schuld is bewezen. Als er klachten zijn van klanten of burgers, zal je dat wel horen via de ombudsdienst of het klachtenformulier. Een hoofddoekenverbod is niets minder dan toegeven aan de vooroordelen van de burger tegen een moslim of een gelovige. En stel dan nog dat je je hoofddoek afneemt. Neemt dat je godsdienst en je overtuigingen weg?

Om het af te leren nog een oefeningetje dat je in een aanval op De Wever kan gebruiken. Hij begrijpt niet dat de mensen die in mei ’68 bh’s verbrandden, ook de mensen zijn die nu een hoofddoek ‘verdedigen’ (dat doen ze trouwens niet, ze verdedigen het recht op godsdienstvrijheid).

Wel, het is niet omdat dat allebei over religie gaat dat daar iets inconsequents aan zou zijn. Waar de mei ‘68’ers en die ‘valse menslievenden’ toen en nu voor pleit(t)en, is de vrijheid. Toen werd die onderdrukt door de overheersende katholieke kerk, vandaag door het overheersende anti-moslimdenken. Moeilijker is het niet, maar de journalist van De Zondag liet het allemaal wel passeren. Hij verlekkerde zich allicht op zijn primeur.

Bart De Wever aanpakken is gewoon makkelijk. Het enige wat je moet doen, is staan voor je eigen waarden en niet zwijgen of je laten wegzetten voor welke belediging dan ook die hij je wil toekennen. Sta voor wat je sta, ontsla al je spin doctors, kijk niet naar peilingen en spreek nu eens voluit. Pak Bart De Wever op zijn navelstaren, op zijn manke redeneringen, val hem aan op zijn eigen terrein (suggestie: de waarden van de Verlichting). Hij is niet slimmer dan jij. Begin er aan.

Welp

Wat een avontuurlijk scoutskamp moet worden, draait in Welp uit op complete horror in een schemerig bos. De Antwerpse regisseur Jonas Govaerts levert op de gruwel geen bloedspatje in, maar trekt de kijker ook voorbij het schrikken en huiveren. Wat gebeurt er als je een scout uit zijn tent lokt? Hoeveel kwaadheid en gevaar schuilt er in een twaalfjarig kopje?

Welp is een speelse mix van filmgenres. We zien een groepje Vlaamse scouts dat op kamp naar de Ardennen trekt en zetten ons schrap voor een vrolijke avonturenfilm. Blij dan wel dat we onze brave kinderen niet met de popcorn mee de cinema introkken, want wat volgt, is je reinste gruwel en geweld.

Avontuur in horror doen eindigen, is ten dele bedoeld als metafoor. Jonas Govaerts toont visueel aan waartoe bangmakerij van onvolwassen scoutsleiders zou kunnen leiden in de fantasie van een twaalfjarig kind. De leiders verzinnen een verhaal over een verwilderde jongen in een bos die ’s nachts in een weerwolf verandert. Wat als het kwaad nu eens echt was? En wat als die scoutsjongens dat kwaad eens echt te lijf gingen? Wat roept dat op in het bloed en de aderen van twaalfjarigen in volle ontwikkeling? Welke zwarte zones komen er onder de schedel vrij? En wie neemt als eerste het heft of het zakmes in handen?

De donkere krochten in een jongenskopje worden op het sinistere kamp van Govaerts dan ook helemaal gewekt. Wie zich als kind nooit prettig voelde bij opgelegd plezier, bij zingen voor een vlag, bij opstaan op commando, zal zich herkennen in Welp. We zien een treiterende leider (Stef Aerts) die een kind kleineert en meer aan de leidster (Evelien Bosmans) zit te frunniken dan dat hij om kinderen geeft. Had Jonas Govaerts zelf nog een rekening te vereffenen?

Het mooie aan Welp is dat er nooit een weerwolf opduikt, noch een zeskoppig monster dat kogels en gifpijlen blíjft overleven. Govaerts kiest voor de (gevaarlijke) verwilderde jongen, Kai, die een angstwekkend masker draagt. Een verstoteling. De jongen wekt tegelijk gruwel en compassie. Het lijkt wel of Le Gamin à Vélo van de gebroeders Dardenne in The Texas Chain Saw Massacre is beland. Bij die laatste film is Govaerts beslist gaan lenen. Achter de jonge Kai (Gill Eeckelaert) gaat in de Ardense bossen namelijk De Stroper (Jan Hammenecker) schuil, die in niets moet onder doen voor de slachter uit de kettingzagenfilm van 1974.

Waar in matige horrorfilms de spanningsboog geheel verslapt wanneer het monster of het spook in beeld komt, weet Welp de aandacht moeiteloos vast te houden tot voorbij dat punt. En dat lukt precies door die mengeling van genres. Als Kai oog in oog komt te staan met hoofdpersonage en scoutsjongen Sam (Maurice Luijten), begint er geen gevecht tussen goed en kwaad. Govaerts gooit twijfel in de lucht: kunnen deze jongens vrienden worden, zijn ze lotgenoten in eenzelfde strijd?

Welp kan leunen op de uitstekende fotografie van Nicolas Karakatsanis en de bij momenten vernuftige montage van Maarten Janssens. Het is een horrorfilm die doortrilt tot voorbij de eerste rilling.

Regie: Jonas Govaerts, Met: Sam Luijten, Titus De Voogdt, Stef Aerts, Evelien Bosmans