In jogging naar de nachtwinkel en langs de kapper naar huis: dit wordt voor iedereen wennen

Beste vrienden,

Het zijn coronatijden, het wordt voor jullie allen wat aanpassen. À la guerre comme à la guerre. Om de nieuwe coronamaatregelen te omzeilen, zal ik er namelijk wat raar bij lopen. Ik wil jullie niet bruuskeren, maar reken toch op wat visuele vervuiling als je me de komende drie weken tegenkomt.  

Ik zal namelijk permanent rondlopen op loopschoenen en in die ene jogging die ik heb. Zo kennen jullie mij niet en dat kan in het begin moeilijk aanvoelen, maar het is al joggend dat ik van premier Wilmès nog mag buitenkomen, dus wees ook gewoon een beetje blij dat dit nog kan. Als we samen zijn, zal het hijgend zijn en met een lijfgeur, maar het zal zijn. Ik sta uitgeput maar innig aan jullie stoep.

Ik weet dat ik veel van jullie vraag, maar we moeten hier samen door. Ik hoop in onze vriendenkring hiervoor een draagvlak te vinden, maar beloof dat dag op dag te evalueren. Ik zal die stappen slechts doorzetten als jullie mee zijn. Wie het in tussentijd hiermee moeilijk heeft, kan terecht bij de opvang in de Steinerschool om hier op zijn eigen ritme mee om te gaan. Tenminste als jullie ouders zelf in geen opvang kunnen voorzien of actief zijn in de zorgsector.  

Weet: dit alles heeft best mooie kanten. Tegenover een flik die niet in mijn intervaltraining gelooft, zal ik je een vriend in nood noemen. Ik zal zeggen dat ik voor jou op weg ben naar de winkel. En ik maak dat voor jou ook waar: ik ga tegen tienen in de wachtrij voor de nachtwinkel staan en breng je een fles tequila en tortillachips mee. We zullen wel binnen moeten zitten want er is een samenscholingsverbod, maar met je ramen op kip valt dat reuze mee en bouwen we alsnog een feestje.

Nachtelijk joggen, daar lachen ze niet mee, dus moet ik blijven slapen. Ben je geen man: in hetzelfde bed, geloofwaardig essentieel. En laat het dan hartstochtelijk zijn. Lig ik er ’s morgens in jouw armen verslonst bij, naast kruimels croissant, mijn haar in de war? Er is geen nood. Joke, Joke, ik trek mijn joggingbroekje aan en loop naar de kapper, want dat blijft perfect legaal. In weken waarin het aankomt op leven en dood, weet onze regering dat je haar goed moet liggen. Als we sterven, dan in stijl.

Wel kom ik mogelijk verminkt uit het kapsalon. Bij fysiek contact met name, moet mijn kapper anderhalve meter afstand houden en met zijn handen van mijn gezicht en mijn haar blijven, dus vooroverbuigend, in een poging toch mijn haar te knippen, zou hij zijn evenwicht kunnen verliezen en mijn oog kunnen uitsteken. Ik vraag veel van je, maar ik weet dat je dit trotseren kan, vriendin, tegen dan toch mijn lief. Ook als eenoog hou ik van jou.

Ik zal terugkomen. Op donkere dagen haal ik je op met de wagen en gaan we samen tanken, want ook dat mag gelukkig nog. Logisch: hoe ga je zonder auto naar de winkel en de bank? En naar de post, voor essentiële postzegels?

Ik weet het, het worden vreemde tijden en je zult mij anders leren kennen. Maar we blijven elkaar zien, en ook intiemer en beter, in het aanschijn van de dood. Kan je dat ook zien? We blijven gewoon samen en het zal ons niets kosten. Boetes die een agent niet mag geven, zal ik niet spontaan betalen, ik beloof het je.

Kan jij me dan beloven dat je kan geloven dat niets echt anders zal zijn?

Liefs,

Johan  

Aan het eind van de leugen wint de N-VA

Met een leugen over asielzoekers die met Vlaams kindergeld een huis kunnen kopen, leidt N-VA nog maar eens de politieke dans. Voor de stilaan oneindigste keer. De Vlaams-nationalisten reiken de hand en weten bij voorbaat wie die zal aannemen, voor een hypnotiserende paringsdans: de media, de oppositie, nu en dan eens de Open VLD en de CD&V. Aan het eind van de dans zijn al die volgers weer de verliezers. En de N-VA’ers, dat zijn meesterdansers: voor je het weet, hebben ze je de vestiaire in gewalst, ver weg van de dansvloer, van het onderwerp waar het over zou moeten gaan. Heel soms overspelen ze hun hand en neemt Van Grieken over. Al de andere keren hebben ze zelf gewonnen. En zeker niet de rest, al wie links van hen staat.

Het doet pijn aan de ogen hoe vooral de oppositie zich keer op keer laat vangen. De formule is altijd dezelfde. Stap 1: In plaats van een thema met redelijkheid aan te snijden (in casu: ‘hebben nieuwkomers kindergeld nodig als ze al eten en onderdak krijgen?’), doet de N-VA er bewust een flinke scheut peper bij (“ze kunnen met het kindergeld een huis kopen”). Stap 2: Half Vlaanderen reageert met ontzetting en veroordeling op de leugens en overdrijvingen en bijgevolg niet op de inhoud, waar de N-VA-stelling onaangeroerd overeind kan blijven staan. Het lijkt me voor een links politicus met ietwat demagogische kwaliteiten nochtans een fluitje van een cent om te argumenteren dat mensen op de vlucht voor een beter leven naast wat brood en een bed ook welk een cent voor hun kind mogen krijgen.

Maar daar hebben ze het dus niet over, want stap 3 wordt topprioriteit: de tegenreactie, de ontmanteling van de leugen! (begin maar al te sidderen en te beven) In dit geval: de media en oppositie slaan aan het rekenen om te bewijzen dat je met kindergeld geen huis kan kopen. Menen zij dat nu?, denk ik dan telkens, hoewel het stilaan voorspelbaarder wordt dan de opgaande zon. Wat zo klaar is als pompwater, wordt op het publieke forum toch weer even op tafel gelegd. Weliswaar om weerlegd te worden, maar het ligt toch weer even op tafel in alle studio’s. Een orgaan dat het kan weten, de Gezinsbond, wordt gevraagd om een berekening. Daaruit blijkt dat een gezin met vijf kinderen tussen 12 en 17 jaar, dat vijf jaar op regularisatie moet wachten in totaal 87.375 euro kindergeld zal verkregen hebben. Dus zelfs in een zeer uitzonderlijke situatie kom je lang niet aan de prijs van een huis. Wat mijn kleine teen al iets langer wist. Haha, daar hebben we je, lachen een Roszka en Almaci. En de voltallige journalistengilde klopt zich op de schouder voor zoveel diepgaand onderzoekswerk.

Als straks een N-VA’er durft beweren dat je verstand afhangt van de omtrek van je kop, trekt de krant beslist een blik wetenschappers open die dat beargumenteerd weerleggen of vindt het tien intelligent bevonden BV’s met een kleine kop. Topjournalistiek waarnaar Groen en sp.a dan kunnen verwijzen in een tweet. Maar niemand die zegt: ‘foemp, idioot, debiel uit een ander tijdperk: ga naar huis’.

Wat er zou moeten gebeuren, is: een stevige, maar korte veroordeling van de leugen en het effect van die leugen op mensen (stap 2), gevolgd door een veel langere argumentatie over het recht op kindergeld voor nieuwkomers (een heel andere stap 3 dus). In communicatiewetten: grijp de actualiteit aan om je punt te maken. Zowat voltallig links laat dat na en beperkt zich tot ‘foei’ zeggen.

En zo zit N-VA dus plots met jou in de vestiaire. Je zit ongewild mee in stap 4, waar ze je wil hebben. Daar neemt de partij de kans te grijpen om al die ‘hysterische reacties onder de gordel’, die ‘aanvallen op de man’ te weerleggen. Het was toch maar een boutade om een punt te maken, zo kwaad bedoelde Jambon het toch niet? Dit was toch ook al aangehaald tijdens de onderhandelingen (lees: en nu doe je er plots hysterisch over, Gwendolyn)? Het was toch maar een hyperbool in een toespraak voor de achterban?

En zo zit je in stap 5: de interpretatie door de burger, door N-VA gestuurd, want de stap er net voor was voor hen. In dit bewust opgezet conflictmodel, is de N-VA de enige winnaar. Wie links kiest, is nog wat woester op de N-VA, maar ging daar toch nooit voor kiezen, dus so what? En wie N-VA kiest of dat vanuit het centrum overweegt, zal onthouden dat de N-VA het toch zelf relativeerde en het zo allemaal niet bedoelde, dat links en centrumrechts hysterisch reageren en vuil op de man spelen en dat nieuwkomers – dank u, media – toch tot verdekke 90.000 euro kindergeld kunnen opstrijken. Voldoende dus voor de eigen inbreng bij een hypothecaire lening. “Daar mogen ze toch wel iets aan doen”, is wat de burger onthoudt. Niet dat vluchtelingen in armoede binnenkomen en dat eten en onderdak absoluut nodig hebben omdat ze hier niet meteen werk gaan vinden – en dat dat kindergeld dus niet dubbelop is. Ook niet dat dat kindergeld nodig is om boekentassen en kleren te kopen, zoals in elk Vlaams gezin. Al die argumenten heeft niemand aangebracht, terwijl de microfoon open lag.     

N-VA zet systematisch de val, je ziet het van ver komen, en toch trapt iedereen erin. Hetzelfde gebeurde bijvoorbeeld na de stigmatiserende berber-uitspraken van Bart De Wever of diens bewering dat joden, in tegenstelling tot moslims, conflicten vermijden. De oppositie en media spraken van racisme en gingen na of moslims nu echt conflictueuzer zijn, terwijl op dat eigenste moment een boulevard open lag om het over discriminatie en uitsluiting te hebben, om een links discours in het volle forum onder de aandacht te brengen. Allemaal gemiste kansen, iedereen zit verdwaasd te kijken naar waar de N-VA de bureaulamp schijnt.

Gaat gij dat anders doen, mateke?  

Gij ziet er zo gemiddeld uit

Mijnheer Jambon, uw gezicht ziet zo grauw. Gij slaapt al lang bij de doorsnee Vlaming, ge begint d’r grijs uit te zien. Van den hond zijn vlooien. Uw tronie vertoont nog weinig branie, lijkt door fijn stof verteerd, uw subsidies hebt ge naar uw beeltenis geregisseerd. Wie gemiddeld is, krijgt centen, u volgt de voorkeur van de mediaan en hoeft maar in de spiegel te kijken.

Het wordt tijd dat u excelleert. Gij kijkt knorrig en alles wat gij bromt, klinkt mij vreemd. Geregeld gorgelen gemene klanken uit uw mond en wie u onderbreekt, ‘heeft niks te bepalen’. Gij zit verstikt in uw wereld, gij mist goei verhalen, warme vrienden bij de openhaard. Het gaat niet goed met u, gij zijt kwaad.

Ik zat te denken: gij moet meer buitenkomen. Neen, niet langs uw garage de auto in, naar uw kabinet en zijn parking ondergronds. Dat bedoel ik niet. ‘k Dacht meer aan een herfstwandeling, zuurstof happen, mensen zien. Of de tram nemen, bijleren, in steden standaardafwijkingen observeren, volk zien dat ge niet kent. De twijfel van moeders voelen aan defecte infoborden: gaan we te voet of wachten we op de bus? Geraakt de buggy op de tram? Voor dié jan en alleman moet gij oplossingen bedenken, empathie voelen, in twee donker ogen kijken. Ik ben zeker: het haalt uw hart uit een kramp. En komt er al damp uit uw oren bij die gedachte, ik zeg u: het zal u verzachten. Ik verklaar u beslist: onze miserie doet u deugd, het is exact wat gij nu mist: ons echt zien en terug iets voelen in uw lijf, dat oorlogsmachien. Straks weet gij niet meer wat gij wist en niet meer wat gij dacht. Wij zijn braaf en zàcht. Straks voelt gij u niet meer misdeeld, in een mum van tijd hebt gij hier uit geleerd.

Begin bijvoorbeeld bij mij. Ik vraag u: neem mij niet mijn hobby’s af, mijn concertjes, mijn avondjes Rataplan. In ben niks met u van plan. Ik ben ongevaarlijk, onschadelijk links. Ik kan u niet pakken, ik heb er de moed niet voor, ik krijg u nooit ingehaald. Mijn trein is te traag, stadsdiensten hebben mijn fiets van een paal gehaald, niemand kan zeggen waar hij staat, online is hij ergens tussen bureaucratische plooien verdwaald. Al een maand stap ik te voet van het station, kom thuis rond achten, da’s laat om nog te koken – als daar nog de afwas staat. Droog beddengoed hangt schouders laag tussen vier stoelen, het ruikt naar bolognaisesaus. Ik zet me neer, ik zucht, ik vlucht online. Bots op hard nieuws, uw botte tweet. En ik lees. Mijn tram zal minder rijden, mijn lucht nog meer vervuilen, mijn avondje cultuur moet nu in dogma’s passen en zonder ik het weet, zijn mijn buren me aan ‘t ontvolken. Het is tijd voor revolte. Maar ik mis de kracht, een Tinder-date heeft mij ontmatcht. Ik zal het allemaal maar laten.

Ook niet alles is uw schuld, mijn laatste lief heb ik zélf verlaten. Uren heb ik er over zitten praten, met trappist. Met dat mens was toch echt iets mis? Daar zijn we ‘t over eens. Wilde ik zo hard dat ik de tekenen niet zag? Was ze manipulatief, heb ik me laten doen? ‘Tot aan ons pensioen willen wij er met u over praten’, zeggen mijn maten, ‘maar dan alleen als gij uw aandeel hierin ziet. Gij zijt ni verniet, gedraag u ernaar, gaat staan. Met al die empathie, graaft gij uw eigen graf.’

We zakken af naar het theater, te voet en met de fiets – terwijl je er kan parkeren. Wij voelen ons zeker beter? Hoe elitair zijn wij wel niet? Ge wilt het zelfs niet weten: we kijken naar een monoloog, de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste artist. Maar mag het even? Daarvan moogt ge mij niet beroven. Hoe kan ik ooit geloven wat hij zegt als geen draad uit hemzelf vertrekt, als hij ‘speelt’ in plaats van ‘is’, als hij acteert naar gemiddeld publiek, noch vlees, noch vis?

Die gast was dertig, maar echt goed – hij gaat nu rond met den hoed. Hij had talent en lef. Hij toonde me zijn demonen, dat kwam recht mijne living in. Zijn lelijkheid was de mijne, hij deed me draaien op mijn stoel, hij hielp mij over een punt. Ik zat ineens naar binnen te kijken, dat was geen fraai gezicht. ‘k Zag flarden van mezelf, van haar, van hoe ik hautain zelfkritisch was en daarvoor erkenning wilde.

Ik ben erdoor – nu – die man hield mij een spiegel voor. Gelukkig zat hij niet naar schoonheid te streven. Daar heb ik me al genoeg op verkeken. The girl with the pearl earring? Die is altijd schoon, daar kunt ge eeuwen naar staren. Zo’n moordmachine? Daar hoef ik geen dubbele bodems in te zien. Maar weet ze me ook te raken, in het diepste van mijn ziel? Weet ze de couche eraf te schrapen? Die zit daar al een jaar of tien.     

Schoonheid, daarvan hebben we genoeg en we hebben er genoeg van. Reclame, tv, ik kijk er niet meer naar. Tot nader order, geen digicorder, en dat om nog een andere reden: wij moeten altijd excelleren. Het moet glitteren en blinken en indruk maken. Niet meer gaan voor een droom: chroom. Niet gewoon mogen wij kijken naar wat iemand doet, luisteren naar wat iemand vertelt, maar altijd moeten we elkaar de loef afsteken. Elkaar eraf rijden, tot in de finale. Belgium’s got Talent, Met Vier in Bed, de chiqueste wagen, huizen jagen.  

Ik pas voor het presteren, ga in een kroeg mijn vrienden eren. Ik ga, denk ik, om ter kleinste leven. In de kleinste zaal twee kaarsen branden, me er openbreken, de kleinste kuub in mij ontvouwen. En laten zien, aan warme vrouwen. Samen sneuvelen in de eerste ronde.  

Verkiezingen win je door te luisteren

Ze zijn met veel en ze verliezen verkiezingen: mensen die au fond niet kunnen luisteren. Die overtuigd zijn van hun programma en dat lustig afratelen, zonder te luisteren naar bedenkingen bij die plannen. De eigen fanclub oppoken is makkelijk. Het is veel moeilijker naar mensen te luisteren buiten die fanclub. De duidelijke nederlagen van de regeringspartijen CD&V en N-VA en van SP.A en de overwinningsnederlaag van Groen zijn er alle op terug te brengen. En in een aantal reacties op Facebook en in opiniestukken tegen de zogenaamd ‘kortzichtige’ Vlaams Belang-kiezer kondigt zich nu al een nieuwe zege voor Van Grieken aan. Het is zo makkelijk om het beter te weten, en het levert zo weinig op.

Neem nu Groen. De partij dreef zichzelf voort op haar ecologische verontwaardiging en dacht – verblind door de klimaatmarsen – dat iedereen wel tegen salariswagens en vliegreizen zou zijn. Ze wist haar programma niet ruimer open te trekken, wist niet in de verf te zetten waarom we allemaal beter worden van een goed milieu.

Groen heeft een fantastische boodschap in haar mars die zou moeten verkopen als een zoet broodje. Ik zou ze ongeveer zo schrijven, met de juiste woorden vetgedrukt: ‘Met een groene economie vinden we onszelf opnieuw uit en creëren we jobs. Groene pleinen en meer fietsen en openbaar vervoer maken de lucht schoon en de straten rustig en veilig. Als we de opwarming van de aarde tegen kunnen gaan, redden we het leven op onze planeet en zullen er minder vluchtelingen naar Vlaanderen komen. Meer bos en minder files leiden tot minder stress en burn-out en dus een goed draaiende economie.’ Door die vetgedrukte resultaten van je groene programma te benadrukken, bereik je heel veel mensen buiten de kring, zoals zij die voor meer veiligheid, minder vluchtelingen en meer jobs normaal gezien bij rechtse partijen uitkomen.

De taal van je tegenstander

Helaas, dat doet Groen veel te weinig. De klimaatopwarming is onomstotelijk bewezen, die waarheid moet iedereen nu maar gewoon aanvaarden, lijkt de redenering. De voordelen van een ecologisch beleid zijn voor Groen zo duidelijk dat ze geen ruimte toelaat voor wie bedenkingen heeft of voor zijn portefeuille vreest bij groene maatregelen. Groen heeft haast en is boos, Meyrem Almaci buiten adem. Ze ademt niet door de buik maar op de borst en in haar verontwaardiging is ze ‘tegen’: tegen de klimaatopwarming, tegen de salariswagen, tegen de vliegreizen, tegen de regering die van dit of dat geen werk heeft gemaakt en ‘dat moet nu maar eens dringend veranderen’. Met dat soort van boodschap pook je zeker de militanten op. Zij zullen het kiesbolletje nog harder kleuren, maar dat levert geen extra stem op. Groen denkt dat iedereen mee is in haar verhaal maar vooral het ruraal Vlaanderen is dat zeker niet. Groen slaat stappen over en luistert niet.

Vergelijkbaar fenomeen in de communicatie van SP.A, in print of op sociale media. Ik noem ze de ‘handen af’-communicatie: ‘handen af’ van ons pensioen, ‘handen af’ van onze sociale zekerheid. Meestal gevolgd door uitroeptekens. Voor elke verandering in het arbeidsrecht en elke besparing zouden de militanten gaan voorliggen. ‘Aan onze rechten mag niet geraakt worden’? Sorry, dat is geen argument. Zeg mij waarom dat zo erg zou zijn, wat we te verliezen hebben dus en waarom veranderingen volgens jullie niet nodig of niet wenselijk zijn. Want ik zit hier met vragen over de betaalbaarheid van de vergrijzing en de gezondheid van onze economie. Ik ken niemand die tegen werknemersrechten op zich is, maar ik ken wel veel mensen die zich vragen stellen over de betaalbaarheid daarvan. Wil rood ook dié mensen binnenhalen of heeft het vrede met samen (SP.A en PVDA) 15 procent, met Groen erbij 25? Om dan procentjes van elkaar te blijven afpakken.

Aandoenlijk in dit verband is een passage in een folder van de SP.A, voor de Europese verkiezingen – zie screenshot. De partij vraagt om solidariteit en dat is lief en mooi, maar – opnieuw – ze haalt daarmee de mensen binnen die al in hun kamp zaten of daar heel dichtbij. Rechtse kiezers die solidair zijn, kopen stickers van het Rode Kruis of bakken pannenkoeken voor De Warmste Week, ze leggen dat warme plekje in hun hart niet zomaar in het mandje van de SP.A omdat die partij dat lief vraagt. Solidariteit vragen, dat is geen oplossing bieden voor problemen van alledag, maar de antwoorden op die problemen naar de burger doorschuiven. De burger die weer niet gehoord wordt in zijn vrees voor vluchtelingen die – in zijn ogen – onze jobs en vrouwen komen inpalmen. Kom dus met iets anders, of leg uit dat solidair zijn ook resultaat oplevert en leidt tot geborgenheid in de samenleving en dus veiligheid. Iets waar je als kiezer zélf iets aan hebt.

Presidentieel en helder zijn

Dus, als je van Groen bent, leg dan uit dat je plannen niet duur zijn en dat we er allemaal beter van worden. En als je rood bent, zeg dan hoe je de boel gaat betalen en de economie gaat doen draaien en zeg over solidariteit ‘wat dat schuift’. Spreek nu eens in een totale redevoering, in een plan dat klopt en waar niks op af te dingen valt. Leg als socialist zelf uit waarom 1500 euro pensioen en een loopbaan van 42 jaar perfect betaalbaar zijn – met grafieken en tabellen erbij, in plaats van te mompelen dat het Planbureau zegt dat het kan, alsof je er zelf niet in gelooft. De mensen die je moet overtuigen, geloven De Wever en niet een Planbureau dat ze niet kennen en waar geen gezicht op plakt. Overtuig wat ruimer dan alleen je achterban en de directe periferie. Overtuig je tegenstander in plaats van je medestander. Pluim niet elkaar, maar je politieke vijand. Kruip in het hoofd van wie rechts stemt en geef antwoorden op diens bezorgdheden, want die antwoorden zitten wel degelijk in je programma. Wees presidentieel.

Nog zo’n fenomeen van niet luisteren, je niet verplaatsen in andermans hoofd, is het uitgaan van voorkennis – wat leidt tot moeilijk taalgebruik. ‘Een verschuiving van lasten op arbeid naar lasten op vervuiling’, hoor ik Meyrem Almaci in debat zeggen. Dat heet in communicatie ‘aanbodgestuurd denken’ en vertrekt opnieuw uit een gebrek aan empathie: je weet zelf hoe de dingen in elkaar zitten en communiceert met voorkennis, alsof je praat met je directe collega op de studiedienst van Groen. ‘De verschuiving van lasten’, dat snappen mensen misschien nog net, maar ze moeten er bij nadenken wat dat voor hun dagelijks leven betekent. Dan vraag je veel te veel, die oefening moeten zij niet maken. Beter is het te zeggen: ‘Wij zorgen ervoor dat er minder belastingen komen op je loon en je dus meer geld overhoudt. Vliegreizen en vervuilende producten maken we duurder, maar je zal ze nog altijd kunnen betalen dankzij je hoger loon. Maar wie die vervuilende producten niet koopt, zal in onze plannen effectief meer geld overhouden dan vandaag.’ Dat is vraaggestuurd communiceren en het klinkt sympathiek en uitnodigend in plaats van dwingend. Het zal me eindelijk met mijn portemonnee voor Groen doen stemmen en niet enkel met de mij toevallig aangeleerde solidariteit binnen mijn warm ouderlijk gezin dat al jaar en dag integraal Groen stemt. Daarvan zijn er overigens niet al te veel.

Empathische winnaars

De regeringspartijen CD&V en N-VA (ik hou Open VLD er even buiten, zie verderop) waren ook langs één kant doof, vooral dan aan het linkeroor. Ze sloegen zich op de borst over de economische hervormingen en hoopten daarmee op goedkeuring, maar ze hebben nooit aandacht gehad voor hoe de bevolking die moest verteren, nooit gecommuniceerd hoe ze het langer werken mogelijk zouden maken. Opnieuw: dan overtuig je alleen begrotingsfanatici met een partijkaart. N-VA was ook zo hautain te denken dat het communautaire thema wel even in de vriezer kon en heeft daarvoor de prijs betaald. De partij luisterde niet meer naar haar basis.

PVDA en Vlaams Belang hebben zich beide links opgesteld in socio-economische thema’s. Voor de PVDA is dat haar keurmerk en ze straalt het uit met een onverzettelijkheid en overtuiging die de SP.A heeft doen verbleken. Voor Vlaams Belang is die linkse koers nieuwer en doordachter. De partij heeft glansrijk gewonnen omdat ze wél goed heeft nagedacht over de kritiek die ze binnenkreeg. Ze heeft ten eerste met Van Grieken een andere stijl naar voor geschoven, alvast uiterlijk net iets beschaafder dan onder Annemans en De Winter. Ze heeft begrepen dat ze haar kiezers had verloren aan het iets deftigere N-VA en veranderde van koers. In plaats van naar haar rabiate aanhangers van het eerste uur te luisteren, ging de partij op zoek naar wat de bezwaren waren bij potentiële kiezers uit de ruimere omgeving. Ten tweede begreep Vlaams Belang dat de Vlaming zich gepluimd voelde door de economisch rechtse regering en dat uitgerekend haar publiek moeite heeft de rekeningen te betalen. Dat is tweemaal empathie die tot exponentiële winst heeft geleid. De partij werd bovendien geholpen door Theo Francken. Hij heeft vluchtelingen zo ontmenselijkt en er aan het eind van zijn rit er met de visaschandalen dan zelf zo’n knoeiboel van gemaakt, dat de stap van N-VA naar Vlaams Belang plots lang zo groot niet meer was.

Minachting voor de kiezer

Vlaams Belang wordt via het cordon sanitaire al jaren van de macht gehouden en daar zijn valabele redenen voor. Het maakt haar kiezers wel gefrustreerd en boos en omdat ze al jaar en dag uitgesloten worden van de macht, is het niet meer dan netjes om goed te luisteren waarom ze voor een racistische partij kiezen die vindt dat nieuwkomers 8 jaar lang geen recht mogen hebben op sociale zekerheid. Het helpt niet en is onwaarschijnlijk contraproductief om die kiezers – en eender welke mens dan ook – te gaan minachten en verketteren, zoals De Morgen-columniste Elke Neuville dat doet. Wat moet het haar deugd hebben gedaan om die ’18 procent’ kortzichtig te hebben genoemd. Wat de gevolgen zijn van haar columnpje van vijf minuten zal haar allicht worst wezen. Ik mag dan bij de 82 procent horen: ik keur haar veroordeling ten strengste af. Not in my name.

Ook op Facebook regent het reacties op de riante zege van Vlaams Belang. Dat is logisch, mensen zijn daarover gechoqueerd en onthutst. Maar het gaat ons geen meter vooruithelpen, eerder achteruit, om nu te gaan waarschuwen voor fascisme, met foto’s van Auschwitz. Dat is een aberrante belediging van de VB-kiezer. Je maakt hem daarmee bij voorbaat monddood. Evenmin zal het helpen, zoals ene Annemie V. doet in haar post op Facebook, om de Vlaams Belang-kiezer de Borgerhoutse markt op te sleuren om vrouwen met hoofddoek te ontmoeten of ‘de haat uit zijn hart te strelen’.

Ik vind dat oprecht mooi en goedbedoeld, maar het is niet wat we nodig hebben. We zijn zowat ’s anderendaags na de verkiezingen en nog voor we de Vlaams Belang-kiezer één keer hebben beluisterd, beweren we al te weten dat hij haat in zich draagt en zijn we hem al met onze paternalistische goede raad aan het bestoken. Met Boudewijn De Groot: ‘dat kan je makkelijk zeggen in je eigen mooie huis, met je baan en met je auto, bij de televisie thuis’. Ook hier geldt mijn zelfde mantra: wees empathisch en stap in het hoofd van de ander om zijn zorgen te begrijpen. Wat we nu eerst nodig hebben, is een team onderzoekers dat de motieven van de VB-kiezer in kaart brengt. Geef daar dan democratische antwoorden op.

Bruggen bouwen  

De partij die haar oor nog het meest te luister legt bij al wie zich zorgen maakt over migratie en integratie van oud- en nieuwkomers (en dat is een pak meer dan 18 procent) en tegelijk de ranzigheid en ontmenselijking van N-VA (“Air Francken vullen tot den bak vol zit”) en Vlaams Belang (de Go Back-bus van Dewinter) achterwege laat, is Open VLD. Maggie De Block toonde zich op Asiel en Migratie streng maar rechtvaardig, sprak zich sterk uit tegen de beledigende taal van haar voorganger Francken en toonde zich humaan maar dus wel kordaat. Ze neemt daarmee de zorgen van sommige mensen weg en toont dat dit fatsoenlijk kan, zonder toogpraat of opstokerij.

Bart Somers doet in Mechelen hetzelfde en wist met zijn verbindende aanpak het Vlaams Belang in Mechelen indrukwekkend terug te dringen. Somers en Open VLD spreken burgers aan op hun verantwoordelijkheid en burgerzin, gaan prat op gelijke kansen en treden duidelijk op als iemand zich asociaal opstelt. De centrale gedachte is ook om een mix van bevolkingsgroepen te creëren. In Mechelen kan je voor je sportclub geen subsidies krijgen als die bijvoorbeeld Club Tanger heet en zich enkel richt op Marokkaanse voetballertjes. Je mag dat wel, maar niet met overheidsgeld. Met zo’n aanpak toon je wel die noodzakelijke empathie: je zorgt voor inclusie in de samenleving van iedereen, ongeacht zijn afkomst, maar je hebt ook oor naar al wie zich zorgen maakt.

In de verkiezingsfolder van Open VLD in kieskring Antwerpen staat het zo: ‘Waar mensen volwaardige burgers zijn, zich gerespecteerd voelen en gelijke kansen krijgen, zetten ze zich in voor hun stad. Enkel dan is een succesvol veiligheidsbeleid mogelijk.’ Dit illustreert het helemaal. Er zijn mensen die non-discriminatie en gelijke kansen (heel) belangrijk vinden, maar ze horen bij linkse partijen zo weinig over veiligheid. Diezelfde mensen vinden op rechts alleen wat over veiligheid, maar vrezen dan een politiestaat die niet maalt om mensenrechten en gelijke kansen. Open VLD heeft begrepen dat burgers beide bezorgdheden tegelijk in zich dragen en kijkt voorbij haar eigen muurtjes. Daarnaast weet Gwendolyn Rutten dat mensen niet houden van bekvechters en ze bleef met haar positivisme ver weg van het geruzie tussen CD&V en N-VA. Het hielp haar partij overeind te blijven. Ook dat heet empathie.   

De MIVB wil maatschappelijk verantwoord ondernemen. Mag het even?

MIVBRedouane Ahrouch, voorzitter van de omstreden partij Islam en tevens buschauffeur in Brussel, werd door de MIVB ontslagen omdat hij publiekelijk pleitte voor verplicht gescheiden vervoer van mannen en vrouwen op de bus. Dat ontslag is voor mij de enige piste die de MIVB kon bewandelen.

Jogchum Vrielink, professor discriminatierecht aan de Université Saint-Louis – Bruxelles en vaste opiniemaker bij De Morgen, denkt daar anders over. En ook Groen-parlementslid Imade Annouri stelt op Facebook: “Ik vind de ideeën van Ahrouch compleet idioot en zal die met elke vezel ideologisch en politiek bestrijden. Maar iemand ontslaan louter en alleen voor zijn mening gaat net in tegen exact die normen en waarden die ik met elke vezel wil verdedigen.”

Vrielink en Annouri verdedigen de vrijemeningsuiting en zijn bevreesd voor de inmenging van de werkgever in het privéleven. De vrije mening is voor hen het hoogste goed. Maar de werkgever van Ahrouch lijdt wel imagoschado door hem in dienst te houden en dat mag je toch ook in overweging nemen.

Vrielink spreekt zich uit tegen “een ruimere ontwikkeling” waarin werkgevers mensen ontslaan wegens controversiële uitingen die ze doen als burger. Ik zie eerder een ruimere ontwikkeling waarin burgers, politici en professoren op tafel kloppen om onze vrije mening te verdedigen en discriminatie te bestrijden en de waarden die daarmee conflicteren dan maar opzijschuiven.

Zoals: het recht van een werkgever om binnen de grenzen van de wet mensen te mogen ontslaan als die het imago van hun organisatie ernstige schade toebrengen. Een buschauffeur die pleit voor segregatie van reizigers op zijn bus doet dat wel degelijk. Hij brengt het imago van zijn organisatie in gevaar. Of duidelijker gesteld: het bedrijf doet zichzelf de das om als het aan de samenleving zegt: ‘iemand die dergelijke ideeën verkondigt over onze dienstverlening, mag bij ons blijven’. Wees gerust dat het dan evenzeer felle reacties regent (en in mijn ogen terecht) van mensen die verontwaardigd zijn dat zoiets getolereerd wordt. Van organisaties die maatschappelijk verantwoord ondernemen hoog in het vaandel dragen, wordt verwacht dat ze daarnaar handelen. Ook dat vinden we een belangrijke waarde.

Ik vind het jammer dat Annouri en Vrielink dit niet in rekening brengen. Ze kiezen wel erg makkelijk één kant.

Een imago heeft er snel gelegen

De realiteit van de dag is dat de MIVB gewoon geen keuze had. Je kunt geen waarden als inclusie en algemene toegankelijkheid voor elke burger voorstaan en tegelijk één van je buschauffeurs de scheiding van mannen en vrouwen op de bus laten bepleiten. Je zou kunnen zeggen: ‘dat is maar één werknemer en die vertegenwoordigt de organisatie toch niet?’ Maar iedereen weet: zo werkt het niet met imago en reputatie. Als er ergens een geurtje opduikt, trekt dat over het hele bedrijf. Als de MIVB dit tolereert, is het kwaad geschied. Als ze zich er duidelijk tegen afzet, niet alleen in (makkelijk) woord, maar ook in moedige daad, dan blijft haar imago overeind of wordt het hersteld.

Een chauffeur die tegen de richting rijdt

Het is niet alleen een kwestie van imago. Je kunt ook niet voort met medewerkers die je gedachtengoed, je missie en waarden, met de voeten treden. De waarden van Redouane Ahrouch zijn flink in tegenstrijd met de waarden van zijn werkgever en dat is op zich genoeg reden om de samenwerking ernstig in twijfel te trekken en mogelijk te beëindigen. Met medewerkers die uitgesproken en met volle overtuiging tegen de richting rijden, is het weinig waarschijnlijk dat je ooit de juiste weg inslaat.

Ahrouch deed zijn uitspraken bovendien binnen de context van het werk, namelijk ‘de bus’. Hij had ook voor de scheiding van mannen en vrouwen in restaurants of sauna’s kunnen pleiten, maar dat deed hij niet. Hij drukte niet gewoon zijn mening uit, maar plaatste die bewust in de context van zijn eigen werk. Hij bracht daarin standpunten naar voor waar zijn werkgever geheel niet zou kunnen achter staan en dat had hij moeten weten of wist hij wel degelijk.

Een positief signaal naar reizigers en samenleving

Met het ontslag trekt de MIVB dus een lijn in het zand: ‘dit zijn wij niet, dit tolereren wij niet’. Ze redt haar imago naar buiten en beschermt de gelijkheid van man en vrouw onder haar medewerkers. Ze zet van haar missie de puntjes op de i en ik zeg: ‘voor zo’n bedrijf wil ik werken, met zo’n bedrijf wil ik reizen’. De organisatie geeft blijk van maatschappelijk verantwoord ondernemen, niet alleen in de letter, maar ook in de daad van dit ontslag.

Het is bizar dat een lid van Groen, een partij die al decennialang het thema maatschappelijk verantwoord ondernemen politiek naar zich weet toe te trekken, deze waarde zo makkelijk ondergeschikt maakt aan de vrije mening van het individu.

De moedwillige werkgever?

Ik maak de rekening van Groen niet en ook niet van Imade Annouri. De verdediging opnemen van iemand waarmee je het fundamenteel oneens bent, is ook een mooie deugd en een politieke zeldzaamheid.

Ik heb wel bedenkingen bij een uitspraak van professor Vrielink: “Pas op voor de overwegingen van die werkgevers. Men onderneemt doorgaans niet zozeer actie vanuit een betrachting van morele zuiverheid, maar veeleer om imagoschade te vermijden.” Ik vind dat de professor hier een intentieproces van de MIVB maakt. Is het belangrijk te weten wat er in het hoofd van de MIVB-directie omgaat als ze moreel het juiste doet en een daad stelt die overeenstemt met haar principes van maatschappelijk verantwoord ondernemen? Als je er dan van verdacht wordt dat het allemaal vals en fake is, tja, dan kan je natuurlijk nooit goed doen.

Bij je mening ook je lot dragen

Onze rechten kennen wij als het onzevader uit het hoofd, maar als het over verantwoordelijkheid en loyaliteit gaat, geven we minder graag thuis. Redouane Ahrouch mag zijn scherpe mening verkondigen en de wetgever verdedigt die, want Ahrouch wordt niet gerechtelijk vervolgd voor zijn uitspraak. Maar een mening verkondigen, is nooit een heldendaad op zich.

Een echte held maakt de afweging van de reikwijdte van zijn opinie en de mogelijke schade die die opinie aanricht aan de samenleving en de onmiddellijke omgeving waarin hij zich bevindt. Hij denkt dus ook aan de anderen en als hij beslist zijn mening door te zetten, aanvaardt hij de consequenties van die daad. Daaraan herken je de echte helden. Redouane Ahrouch bleek hier niet zo iemand te zijn.

Selma

selmaMet Selma focust Ava DuVernay op de strijd voor ongelimiteerd stemrecht voor Afro-Amerikanen en de vreedzame protestmarsen tussen Selma en Montgomery, in 1965. Geen sentimentele heldenverering van Martin Luther King dus, maar een film vol gevoel die je moeiteloos meesleept.  De zin voor rechtvaardigheid wordt wakker in elke vezel van je lijf. Met dank aan een fantastische soundtrack, briljante montage en prachtige fotografie.

(Selma speelt op 6 april 2018 op Canvas, om 21.15u)

De grootste verdienste van Selma is dat de film een duidelijk inzicht geeft in de politieke strategie van Martin Luther King en zijn entourage en tegelijk een menselijk verhaal vertelt dat diep weet te raken. Dat heeft veel te maken met de keuze van Ava DuVernay om er slechts één jaar in de strijd uit te liften. We krijgen niet nodeloos de levensloop van Martin Luther King te zien, vol irrelevante feiten en de obligate jaarsprongen die altijd afstand creëren tot het personage. We zien King (fenomenale vertolking van David Oyelowo) regelmatig onderhandelen met president Lyndon B. Johnson en brainstormen met zijn voltallig team, we zijn helemaal mee in het dag-op-dagleven van de politiek en begrijpen hoe de keuze om de optocht in Selma te houden uiteindelijk tot succes moest leiden. Strakker krijg je het niet uitgelegd. Eén minpuntje terzijde: de innerlijke strijd van president Johnson, die de vrede moet bewaren tussen zwarte woede en blanke angst, had meer gelaagd mogen zijn uitgewerkt. Acteur Tom Wilkinson valt wat licht uit.

Maar DuVernay’s focus houdt dus ook de emoties vast. De tijd blijft hangen en dat legt de loep op wat er in die tijd gebeurt. We zien King als een volleerd strateeg en geweldig demagoog, de speeches zijn voortreffelijk. Tegelijk is ook hij angstig en zijn relatie met Coretta (Carmen Ejogo) staat geregeld onder druk. Hij vraagt zich meermaals het doel van zijn strijd af en tapt moed bij vrienden. In het holst van de nacht belt hij een vrouw die voor hem moet zingen, hij wil “de stem van onze Heer horen”.

Selma is een aaneenrijging van memorabele scènes, waaraan fotografie (Bradford Young), montage (Spencer Averick) en muziek (Jason Moran) hun grootse bijdrage leveren. Terwijl zijn makkers op King afstappen om het harde nieuws te melden over de moord op een blanke priester die zijn strijd deelt, zien we hoe die man daadwerkelijk in elkaar wordt geknuppeld. De montage kon zo uit The Godfather zijn gekomen.

Toch steekt één epische scène er voor elke kijker uit: die van het politiegeweld op de Edmund Pettus Bridge (de naam is die van een leider van de Ku Klux Klan en is tot vandaag nooit veranderd). In hun vreedzaam protest worden de zwarte demonstranten er afgeslacht. DuVernay toont theatrale beelden, gehuld in mist, waarin onschuldige burgers wegrennen en worden neergeslagen door agenten te paard. Het geluid en geschreeuw valt uit, we horen enkel de zweepslagen en knuppels, daarboven prachtige Afro-Amerikaanse, kwetsbare a capella-gezangen. Het contrast tussen onschuld en barbarij kun je niet scherper neerzetten. Huivering voor weken.

Bart De Wever is makkelijk te pakken

de wever rechts

‘Orthodoxe joden hechten ook veel belang aan uiterlijke tekenen van hun geloof. Maar zij aanvaarden wel de consequenties daarvan. Ik heb nog geen orthodoxe jood gezien die een loketfunctie in Antwerpen wil. Zij vermijden conflicten. Dat is het verschil. Moslims eisen wel een plek op in de publieke ruimte, in het onderwijs, met hun uiterlijke geloofstekenen. Dat zorgt voor spanningen.’

Bart De Wever vindt het nodig om onderscheid te maken tussen bevolkingsgroepen in zijn stad en linkt moslims aan conflictgedrag. Hij is inmiddels het punt voorbij dat hij ‘problemen bij de naam wil noemen om ze te kunnen aanpakken’, hij heeft zelfs geen problemen meer nodig, geen rellen op de Turnhoutsebaan, geen geweld tegen politie, om ‘paard en kar te noemen’. Er valt geen kar te bespeuren en nog spreekt De Wever van een lelijk paard. Hij verwijt links dat het de ogen sluit voor problemen, maar zelf verzint hij problemen. Het wordt moeilijk zo iemand ernstig te nemen.

En toch is het net dat wat gebeurt. Bart De Wever is volgens een bevraging van De Morgen bij ruim honderd prominente Vlamingen de meest ‘invloedrijke intellectueel’. Dat het zover is kunnen komen, is zeker niet de schuld van een of ander klootjesvolk waarover meewarig moet worden gedaan in kwaliteitskranten. Het zijn namelijk die kwaliteitskranten zelf die straks in de Seefhoek een human-interestreportage gaan maken met de vraag: ‘wat vind je van de uitspraken van De Wever over het verschil tussen moslims en joden?’. Dat zal dan op redacties beschouwd worden als objectieve verslaggeving, want elke mening zal aan bod komen – met de meest radicale citaten in de titel welteverstaan. Volgende week hebben ze het dan over ‘de heisa die was ontstaan na de uitspraken van De Wever’, terwijl ze er zelf een heisa van maakten. Zo word je dus ‘een invloedrijk intellectueel’.

De teneur is op dag +1 al gezet. De Standaard vatte een stuk aan met als boventitel ‘Zijn sommige minderheden assertiever dan andere?’. ‘Conflictueus’ werd door ‘assertief’ vervangen en ‘moslims’ door ‘sommige minderheden’ en de stelling werd een vraag, ten behoeve van de neutraliteit, maar de vraag werd toch maar mooi de publieke arena in geworpen, precies waar De Wever ze wil hebben.

Zelfde verhaal in De Morgen, via een interview met politicoloog Dave Sinardet die het thema krijgt voorgeschoteld. Hij wijst erop dat De Wever de joden niet aanvalt op hun visie op homoseksualiteit en de moslims wel. Daar krijgt De Wever wat weerwerk, maar de discussie is naast de kwestie en de journalist leidt met zijn vraag het verkeerde debat in. Voor je het weet, zitten twee verstandige mensen een discussie te voeren over welke geloofsgemeenschap al dan niet homofober is dan de ander. Weer wat De Wever wil: het debat op het vuur houden. Wat de kiezer zal onthouden, is: ‘die vreemdelingen zijn homofoob’. Ik zeg niet dat je het debat niet mag aangaan over de visie van religie op seksuele geaardheid, maar het onderwerp ligt hier vandaag wel gewoon zomaar op tafel, zonder aanleiding, en de katholieken en atheïsten blijven buiten schot.

Die beheersing van het politieke debat door één persoon, keer op keer, is op zich al verontrustend. Dat het debat ook nog eens draait om stigmatiserende uitspraken – zonder een concrete aanleiding – van diezelfde persoon, zonder dat die uitspraken zelf worden aangevallen, is nog verontrustender. Zeker wanneer die stigmatiserende besluiten van De Wever voortvloeien uit volslagen kromme redeneringen en navelstaarderij.

Wat De Wever doet, is zijn overtuiging als de waarheid aannemen. Dat je achter het loket geen hoofddoek of andere religieuze tekenen mag dragen, is voor hem gewoon een gegeven. Het is een axioma waarvan hij vertrekt, in zijn stellingname is dat geeneens een discussie meer waard. Je volgt dat dan braaf en bent een flinke jood of je legt je er niet bij neer en bent een conflictgedreven moslim. Zijn eigen mening is het uitgangspunt en je wordt door De Wever beoordeeld in hoe ver je daar in volgt. Dat heet overigens niet integratie, maar assimilatie. Zo blijft hij blind voor andere meningen en visies waardoor hij werkelijk denkt een pamflet te kunnen opstellen van Vlaamse normen en waarden die wij allemaal delen en waar nieuw- en oudkomers zich aan moeten houden.

Dat zo iemand de plak zwaait in Vlaanderen mag je gerust bang maken. Met enig vermogen tot zelfrelativering zou De Wever enkel kunnen besluiten dat zijn eigen mening nog altijd maar zijn eigen mening is en dat die niks meer waard is dan die van een ander.

We zijn ver heen als een job willen bij de stad bestempeld wordt als conflictueus gedrag. Je niet zomaar neerleggen bij een maatregel als het verbod op religieuze tekenen is volgens Bart De Wever dus muiterij. Simpeler gesteld: als je je niet zomaar neerlegt bij wat wij hebben beslist, ben je een belhamel. Het is een uiting van tunnelvisie. In je grote gelijk kan je er niet mee overweg dat iemand anders een andere mening heeft, je kunt het je zelfs niet voorstellen, de ander kan alleen nog een idioot zijn. Dan word je zo kwaad dat je die ander criminaliseert.  ‘Analyseer mijn discours van de voorbije dertig jaar. Je zal vooral continuïteit zien’, zegt Bart De Wever. Dat klopt, hij schoof geen millimeter op in de richting van een ander, wie dan ook. Ik zou me er als burgervader niet mee op de borst kloppen.

De veralgemening, het gebrek aan perspectief (er zijn gewoon veel minder joden dan moslims in Antwerpen), het beoordelen van het gedrag van anderen op basis van je eigen waardenpatroon, het vertonen van conflictgedrag terwijl je zelf het conflict opzoekt, het tegen elkaar opzetten van gemeenschappen. Er is onnoemelijk veel om De Wever op aan te pakken. In de plaats daarvan rent de pers als een bezetene naar de richting die De Wever aanwijst. Er was zondag geen vuiltje aan de lucht, geen wolkje aan de hemel en er was maar één man conflictueus: de burgemeester van een multiculturele stad. ‘Waarom doet hij dat?’ ‘Waarin zit zijn denkfout?’ Die vragen moet de pers beantwoorden. Leg die navelstaarderij bloot, de manipulatie van een bevolking in een verkiezingsjaar. Het is je verdomde plicht.

Meyrem Almaci en Kris Peeters zagen wel de lichtbak die De Wever had aangefloept, maar ze zagen er een afleidingsmanoeuvre in van de aanval met de handgranaten in Deurne en van het Antwerpse drugsbeleid. Ze maken daar in mijn ogen een kapitale fout, want ook zij sparen De Wever. Wat besluiten de N-VA-kiezers namelijk uit zulke terughoudendheid? Juist: ‘Niemand kan hem tegenspreken, omdat hij gewoon gelijk heeft.’

Pers en politiek verblinden zich. Ze springen mee in het hinkelpark dat Bart De Wever heeft uitgetekend. Hij gooit de steentjes in de vakjes waar je overheen moet, iedereen springt onachtzaam over de thema’s en meningen heen, over de kromme bochten in de redenering waar hij niet op wil ingaan.

Als greep uit de beledigingen die De Wever zijn politieke tegenstanders al heeft toegedicht, nemen we even die van zondag: ‘de valse menslievendheid van links’ omdat zij tegen een hoofddoekenverbod zijn. Doen de tegenstanders van De Wever nu echt zodanig in hun broek, zijn ze nu echt zo bang hun kiezers te verliezen, dat ze daar niet eventjes radicaal tegenin durven gaan? Laten ze zich nu echt dicteren wie of wat ze zijn, gewoon omdat ze een mening hebben?

Je kunt hier heel anders op reageren. Tegen een hoofddoekenverbod zijn, heeft niets met menslievendheid te maken, maar met de verdediging van de liberale waarden van de Verlichting. Ik heb helemaal niets met godsdienst en hoe minder religie er zou zijn, hoe minder wereldconflicten allicht. Ik ga ook niet beweren dat er geen enkel moslimmeisje vanuit enige druk een hoofddoek draagt en dat ook niet counteren met te tellen hoeveel er die hoofddoek dan wel uit vrije wil opzetten. De enige maatstaf die ik hanteer, is de grondwet: dat pakket waarden die sommigen zo graag in een Nieuwkomersverklaring zouden laten opnemen. En die grondwet zegt dat hier godsdienstvrijheid heerst en die godsdienst kan je niet op commando afleggen. Als je je hoofddoek moet afdoen op het werk, dan kan je hem net zo goed nooit dragen.

Jaja, er is de scheiding van Kerk en staat. Maar die valt pas wanneer religieuze voorschriften de wet gaan dicteren en in het huidige antireligieklimaat zou ik me daar geen zorgen over maken. De scheiding tussen Kerk en staat komt heus niet in het gedrang door een moslima met hoofddoek die een stempel op je paspoort zet.

Een andere waarde die we hier aanhangen, is: ‘een mens is onschuldig tot zijn schuld bewezen is’. Verdedigers van een hoofddoekenverbod bergen die waarde de facto op. Hun argument is dat de staat neutraal moet zijn. Wat zeggen ze daar eigenlijk mee? Dat iemand die een geloof belijdt zijn of haar job niet neutraal zou uitoefenen. Dat een moslima pakweg een homo niet fatsoenlijk zou behandelen aan het loket. Ik vind dat een schandelijke blijk van wantrouwen en een verborgen beschuldiging zonder dat de schuld is bewezen. Als er klachten zijn van klanten of burgers, zal je dat wel horen via de ombudsdienst of het klachtenformulier. Een hoofddoekenverbod is niets minder dan toegeven aan de vooroordelen van de burger tegen een moslim of een gelovige. En stel dan nog dat je je hoofddoek afneemt. Neemt dat je godsdienst en je overtuigingen weg?

Om het af te leren nog een oefeningetje dat je in een aanval op De Wever kan gebruiken. Hij begrijpt niet dat de mensen die in mei ’68 bh’s verbrandden, ook de mensen zijn die nu een hoofddoek ‘verdedigen’ (dat doen ze trouwens niet, ze verdedigen het recht op godsdienstvrijheid).

Wel, het is niet omdat dat allebei over religie gaat dat daar iets inconsequents aan zou zijn. Waar de mei ‘68’ers en die ‘valse menslievenden’ toen en nu voor pleit(t)en, is de vrijheid. Toen werd die onderdrukt door de overheersende katholieke kerk, vandaag door het overheersende anti-moslimdenken. Moeilijker is het niet, maar de journalist van De Zondag liet het allemaal wel passeren. Hij verlekkerde zich allicht op zijn primeur.

Bart De Wever aanpakken is gewoon makkelijk. Het enige wat je moet doen, is staan voor je eigen waarden en niet zwijgen of je laten wegzetten voor welke belediging dan ook die hij je wil toekennen. Sta voor wat je sta, ontsla al je spin doctors, kijk niet naar peilingen en spreek nu eens voluit. Pak Bart De Wever op zijn navelstaren, op zijn manke redeneringen, val hem aan op zijn eigen terrein (suggestie: de waarden van de Verlichting). Hij is niet slimmer dan jij. Begin er aan.

Wij vragen geen maagdelijkheid, maar ruggengraat

van besien

(foto: De Tijd)

“Langer aanmodderen was geen optie meer. Het ging alleen nog maar over personen, we moesten het debat weer over de inhoud laten gaan.” Met die woorden verdedigde Wouter Van Besien de ontbinding van het kartel Samen. Dat het in deze kwestie over personen ging en niet over inhoud, heeft hij nochtans zelf mee in de hand gewerkt.

Op geen enkel moment deed Van Besien een poging om het vuurtje dat onder Tom Meeuws stond te broeien enigszins te blussen. De negatieve sfeer en verdachtmakingen rond Meeuws werden door de groene kopman nooit gecounterd, wel was Van Besien er als de kippen bij om Groen te distantiëren van alles wat van ver naar onzuivere politiek zou kunnen ruiken. Of Meeuws echt wat had mispeuterd, maakte al lang niets meer uit. Het gebrek aan samen-horigheid van de groenen was ontnuchterend en nefast voor een project dat het daarvan moest hebben.

Van Besien kan toeteren dat het over inhoud moet gaan, maar wat de inhoudelijke meerwaarde was om groenen en socialisten samen te brengen, dat werd nooit verdedigd. Samen zou aan ‘positieve politiek’ doen en ‘een alternatief’ voor Antwerpen voorleggen. Lekker vaag. Een politiek project dat bij zijn lancering niet inhoudelijk wordt verdedigd, moet alarmbellen doen afgaan. Samen was enkel bedoeld om samen groter te zijn dan de N-VA. Zo wankel als een kaartenhuis. Het stuikte bij de eerste tegenwind dan ook in elkaar.

Groen verfoeit belangenvermenging en gesjoemel en gaat prat op zijn imago van zuiverheid. Dat is nobel en bewonderenswaardig, maar in de ijver haar maagdelijkheid te behouden, toonde de partij zich een alleenspeler en opportunist. Is dat zoveel beter?

Toen bleek dat Tom Meeuws als consultant etentjes hield met bouwpromotor Land Invest kondigde Van Besien aan ‘een hartig gesprek’ met Meeuws te zullen hebben. Na het gesprek luidde het dat Meeuws ‘zijn activiteiten als consultant zou stopzetten’ en dat ‘het vertrouwen behouden bleef’. Van Besien insinueert daarmee dat Meeuws in de fout ging en dat nu inzag in plaats van zijn kompaan door weer en wind te verdedigen. Want wat is er überhaupt mis met een etentje met een bouwpromotor als consultant die in dezelfde sector actief is? Die vraag had Van Besien moeten terugkaatsen naar oververhitte journalisten, maar zijn ruggengraat zagen we niet. Hij toonde zich een meeloper. De aanvallers kregen gelijk, de stemmingmakerij zette zich door, pesters kregen applaus. De blik van Van Besien was permanent op de buitenwereld gericht en hoe die naar de zaak zou kijken, een zorg voor de interne werking zag ik niet.

Het was in zijn reactie op de kwestie-Land Invest en niet pas deze week dat Van Besien Samen ten grave droeg. Groen verkoos zijn eigen hachje te redden in plaats van solidair een arm rond Meeuws te leggen. Zo diep ging de liefde in dit verstandshuwelijk. Van Besien voedde een klimaat van nattigheid dat wel vaker tot lekken leidt. Dat Meeuws facturen verknipte als topman bij De Lijn is misschien niet correct – al gaat het ook niet om omkoping of zelfverrijking – maar was het nieuws ook opgerakeld geweest als Van Besien als een man uit één stuk de kritische stemmen de kop had ingedrukt?

Bovendien – zoals politicoloog Dave Sinardet in De Morgen ook vaststelde – hebben de socialisten de rangen gesloten als reactie op de afstand die Groen plots inbouwde. Meeuws voelde zich in de steek gelaten en schuldig en sloeg een mea culpa, maar de socialisten lieten zich niet gewillig door de groenen vernederen en weigerden Meeuws’ ontslag.

Het gebrek aan loyauteit van Van Besien en de partijtop van Groen is een symptoom van dagjespolitiek. Een perslek en een paar journalisten die wat vragen stellen, zijn vandaag genoeg om in zeven haasten beslissingen te nemen, want, how maar, de kiezer zou wel eens van ons weg kunnen drijven! De naarstigheid waarmee Van Besien benadrukt dat de Antwerpenaar moet gediend worden, is aandoenlijk en pijnlijk. Door het kartel op te blazen, verkleint hij wel aanzienlijk zijn kansen om vanuit een burgemeesterspositie die belangen van de Antwerpenaar te verdedigen.

Het is maar twee weken geleden dat Bart De Wever een masterclass in roerloosheid gaf toen hij gedecideerd duidelijk maakte zonder meer Theo Francken te zullen blijven steunen, ongeacht wat het onderzoek rond de Soedanese vluchtelingen zou uitwijzen. Dat laatste gaat te ver, dat is lachen met de democratie, maar De Wever toonde zich wel een man van staal. Zijn uitdager wapperde deze week als een veer in de wind.

Ik ben één van die Antwerpenaren waarover u zich bezorgd voelt, mijnheer Van Besien. Ik kan u zeggen dat ik niet zit te wachten op een burgervader die van koers verandert bij elke nattevingerpeiling of straatpetitie. Ik wil een leider die zijn keuzes verdedigt en doortrekt en werkt aan een langetermijnbeleid. Die door een vuur gaat voor zijn mensen zolang ze niet duidelijk over de schreef gaan en die met inhoudelijke argumenten afstand neemt van zijn mensen als die wel over de schreef gaan. En dus niet omdat je anders een stem verliest en evenmin omdat het eventjes niet meer over mijn favoriete onderwerpen als fietsbeleid en propere lucht zou gaan. Ik geloof dat u die pas echt politiek kunt verdedigen als u standvastigheid toont. Adem door de neus en recht uw rug.

Als zelfs Unia de godsdienstvrijheid loslaat

lamrabet

(Foto: Rachida Lamrabet, op Schrijverspodium)

We hebben het punt definitief bereikt. Het punt waarop moslims in dit land hun godsdienstvrijheid definitief op hun buik kunnen schrijven. Vandaag heeft Unia afstand genomen van uitspraken van haar medewerkster/juriste Rachida Lamrabet. Die werkt voor een theaterproject van de Brusselse KVS aan een kortfilm waarin ze het recht verdedigt om een boerka te dragen.

Wat dit eigenlijk betekent, is het volgende: het centrum dat geacht wordt gelijke kansen te verdedigen, vindt het nodig officieel afstand te nemen van (het standpunt van) een medewerkster die het opneemt voor gelijke kansen – in de vorm van de vrije beleving van godsdienst. Il faut le faire.

Rachida Lamrabet is zelf ongesluierd, ze is ook geen fan van de boerka. Ze is gewoon juriste. Een juriste die haar eigen voorkeuren weet te scheiden van grondrechten. Een juriste die met vuur een uitspraak van Voltaire verdedigt: ”Ik ben het niet eens met wat u zegt, maar ik zal het recht om het te zeggen tot de dood toe verdedigen.” Voor de slechte verstaander is dat in dit geval: het recht om een boerka te dragen en je geloof te uiten. Hoe dwaas je het ook vindt. Alleen dat heeft Lamrabet verdedigd.

Die Voltaire was één van de grote voortrekkers van de Franse Verlichting. En de Verlichting is het boekje waarden en normen waarvan sommige politici hier zo graag een laagdrempelige versie zouden willen maken om in een Nieuwkomersverklaring op te nemen. Die kernwaarde van de Verlichting wordt met de aanval op Lamrabet alweer door diezelfde politici aangevallen, omdat het verdedigen van dat grondrecht niet meer zo lekker voelt. Het gaat namelijk niet meer over de eigen voorkeur of godsdienst, maar over die van een ander.

Van die waarde is vandaag helaas ook afstand genomen door een organisatie die in het leven is geroepen om deze waarde te verdedigen. Zelfs oud-politicus van Agalev/Groen en SP.A Ludo Sannen vindt (in De Standaard) dat blijkbaar niet meer dan normaal.

Lamrabet gaat niet eens juridisch in de fout. Ze heeft niet zoals François Fillon de rechters ‘politiek gekleurd’ of zoals Theo Francken ‘wereldvreemd’ genoemd. Ze heeft gewoon haar afkeer van een wet uitgesproken zonder de rechterlijke macht zelf in twijfel te trekken. Ze heeft haar mening geuit binnen een commentaar over een kortfilm en een theaterstuk, in een culturele context.

Voor wat Rachida Lamrabet doet, zou Unia een diepe buiging mogen maken. In tijden van polarisatie recht deze juriste de rug, heeft zij moed om tegen de modderstroom in te roeien en grondrechten (godsdienstvrijheid) te vrijwaren in tijden van hevige emoties (tegen de islam). Dat is toch min of meer wat in de missie en visie van Unia zou kunnen staan. Die modderstroom sleurt vandaag alles mee wat van ver of dichtbij naar moslimextremisme zou kunnen ruiken en een medewerkster van Unia die die stroom een halt toeroept, zou van de Unia-directie een boeketje mogen krijgen.

Lamrabet wijst ons er namelijk op dat niet elke vrouw in een boerka vanuit onderdrukking handelt en dat je geloof extreem belijden een grondrecht is zolang je daar niemand anders last mee berokkent. Zo simpel is het ook. ‘Mensen zijn onschuldig tot het tegendeel bewezen is’, is namelijk nóg een van onze grondbeginselen. Ook dat beginsel zijn we blijkbaar vergeten omdat het ons niet uitkomt. Liever gaan we er van uit dat achter een vrouw met boerka het kwaad schuilt, sinds het boerkaverbod geven we aan dat vooroordeel toe.

Het gelijkekansencentrum heeft vandaag de gelegenheid gemist om met de allure van een groot staatsman eens fors stelling te nemen tegen zoveel platitudes. Om een lijn te trekken en to do what a man’s gotta do. Om in Trump-tijden het gemanipuleerde volk nog eens duidelijk te maken wat burgerrechten zijn, hoe ver die mogen gaan en waarom Lamrabet juridisch niet te ver ging. Het had zich een baken van vertrouwen kunnen tonen, een juridische referentie, in tijden dat opkomen voor rechten van minderheden niet bepaald populair is. Het had met één lijn vanishing spray kunnen duidelijk maken dat sommige politici eens dringend op hun eigen helft moeten gaan spelen en rechtsinstanties gerust moeten laten.

Unia heeft dat niet gedaan en heeft zijn vel gered. Het centrum is bezweken onder druk van Demir en Homans en weet op korte termijn te overleven. Tegelijk heeft het vandaag haar nut, haar relevantie op lange termijn ondergraven, ze heeft als een Petrus haar eigen grondbeginselen verloochend. ‘Die moslim daar, nee, die ken ik niet.’

Mensen met een migratieachtergrond vragen zich nu al af of het vandaag nog wel zin heeft om bij Unia een klacht tegen discriminatie in te dienen. Unia heeft namelijk nauwelijks rechtsmiddelen om die discriminatie aan te tonen, ironisch genoeg omdat de partij die de minister en de staatssecretaris van Gelijke Kansen levert, gekant is tegen praktijktesten – een manier om zwart op wit een bewijs van discriminatie te kunnen leveren.

Het geloof van deze mensen in een (dan nog niet eens politiek onafhankelijke) organisatie die geacht wordt voor hun vrijheid op te komen, heeft er vandaag nog eens zwaar op ingeboet. In deze week hadden ze meer steun verdiend. Deze week namelijk had de politionele macht hen via een racistische whatsapp-groep nog maar eens teleurgesteld, zei een Europese rechter dat ze hun hoofddoek zowat kunnen opbergen op het werk, bleken ze 30 procent minder kans te maken op een jobuitnodiging en werd een filmpje tégen racisme door de minister van Gelijke Kansen aangevallen.

Was het niet om te huilen, je zou er om lachen, maar het is de politieke partij die vandaag een juriste verwijt dat haar standpunten onverenigbaar zouden zijn met haar functie, die precies zelf uitspraken doet die totaal ongepast zijn gezien de rol die ze invult. Theo Francken heeft namelijk nog deze week als staatssecretaris voor Asiel en Migratie in verdekte termen gezegd dat het beter is om vluchtelingen in de Middellandse Zee te laten verdrinken dan ze te redden. Zuhal Demir is ook staatssecretaris voor Armoedebestrijding en zei ooit dat arme mensen pas echt in beweging komen als hun geld op geraakt. Deze vertegenwoordigers van het volk schrijven de ene beledigende tweet na de andere over mensen die betrokken partij zijn binnen hun bevoegdheidsgebied, over wie ze verregaande beslissingen moeten nemen die hun leven aangaan. Precies deze politici gaan nu een juriste de les spellen in bevoegdheidsovertredingen. Op 25 mei komt Donald Trump naar ons land en kunnen grote geesten elkaar ontmoeten. Er worden nu al handjes klam.

Strafpunten in het stemhokje

Politici van allerlei slag hebben de jongste maand uitspraken gedaan waarmee ze groepen mensen beledigen, zonder hun beledigingen met cijfers hard te maken. Dat leidt tot applaus bij de achterban, maar tot woede bij een meerderheid. Het wordt tijd dat we in het stemhokje strafpunten kunnen uitdelen.

Is het een ziekte van onze tijd? Is het onder invloed van Facebook en Twitter dat beleidsmakers zomaar hun gal spuien, boude uitspraken formuleren, niet door feiten gestut? Brussels burgemeester Yvan Majeur (PS) stelt dat ‘de Vlamingen zijn stad komen bevuilen’, in de vorm van hooligans. Kris Peeters (CD&V) zegt als minister van Werk dat we ‘boven onze stand leven’. Jan Jambon (N-VA) beweert dat ‘een significant deel van de moslims’ danste na de aanslagen van 22 maart. Obligaat volgt op zo’n uitspraak dat het niet zo bedoeld was, dat we niemand wilden kwetsen, om er in dezelfde ademstoot/rochel aan toe te voegen dat we er toch geen letter van terugnemen. Afzwakken om politiek te overleven, bevestigen om de achterban te pleasen. Vooral de manier waarop minister Jambon zich in bochten wringt, is aandoenlijk. Het ging ‘niet om honderden moslims’ maar het was wel degelijk ‘significant’. Uhu?…

Een burgemeester of minister mag ‘dingen benoemen’, ja. Hij mag mensen ook wakker schudden als onderdeel van zijn beleid, hij mag een kat een kat noemen. Als hij al gelooft dat een kat onder dwang haar streken afleert – nog niet vaak gezien. Hoe dan ook moet wat een kat lijkt eerst onder de statoscoop.

Het gemak, de decadente nonchalance waarmee cijfers en bewijzen links worden gelaten, waarmee beledigingen gratuit worden geuit, is beleidsmakers onwaardig, is politiek totaal niet correct. De verbolgenheid over de demarche van Jambon was groot, bij oppositie én meerderheid, vooral omdat zijn uitspraak stigmatiserend is. Het was evenwel Emir Kir, burgemeester van Sint-Joost-ten-Node, die de vinger het pijnlijkst op de wonde legde. In vier woorden: “U bent minister, he.” Zo is het. Een minister baseert zijn beleid op analyse, niet op buikgevoel. Om de begroting op een rij te krijgen, schakelt hij het Federaal Planbureau in, het volk verontwaardigen, mag kennelijk op lossere grond.

Peeters, Majeur en Jambon weten donders goed dat een ruim deel van de bevolking hun uitspraken afkeurt. Het hele punt is dat dat er niet toe doet. Met grove uitspraken jaag je misschien zeventig procent van de kiezers tegen je in het harnas, maar je drukt ook dertig procent dichter tegen de borst en dat is ruim genoeg om verkozen te geraken en minister te worden. Niet lang nadat uit een peiling van La Libre en RTBF blijkt dat N-VA zes procent van zijn kiezers verliest, voornamelijk aan het Vlaams Belang, weet Jambon die zes procent weer lekker tegen zich aan te trekken. Al de rest doet er niet toe. Al wie nooit voor hem koos en dat nooit zal doen, is quantité négligeable.

Dat hele achterbanbeleid is zorgwekkend. Wie denkt nog in het algemeen belang, wie zoekt nog naar oplossingen die een maximale groep dienen zonder anderen te schaden? Vandaag kijkt de zeventig procent met lede ogen toe hoe de dertig procent wordt bediend. We staan machteloos.

Het wordt de hoogste tijd dat die zeventig procent instrumenten in handen krijgt om die antipolitiek af te straffen. Een mogelijke oplossing is de ‘antistem’ of ‘tegenstem’. Dat zou inhouden dat je in het stemhokje moet kiezen: een stem voor een persoon of een partij of een stem tegen een persoon of een partij, die dan een stem wordt afgetrokken. Vaak weten burgers niet meer voor wie ze moeten kiezen, maar weten ze heel scherp waar ze absoluut tegen zijn (niet die naïevelingen!, niet die fanatiekelingen!, niet die racisten!,…). Geef hen de kans om te zeggen: dit is een no passaràn.

Ik wil niet stigmatiseren, het voorbeeld is lukraak, maar geef burgers de kans om vandaag Jan Jambon duidelijk te maken dat ze de samenleving die hij voorstaat niet onderschrijven. Zorg dat ze dat niet meer onzichtbaar hoeven te doen, via stemmen voor alle mogelijke andere politici en partijen. In verspreide slagorde bereik je niets.

Een negatieve stem kan dan een stem worden voor een positieve politiek. Een stem voor politici die zich niet permanent op de borst kloppen voor het ‘lef’ om dingen te benoemen ‘die iedereen vindt, maar niemand durft zeggen’ (dat zullen we dan nog wel eens zien). Een stem voor politici die het collectief belang omarmen.

Het saldo aan stemmen minus tegenstemmen wordt dan een graadmeter voor het politiek niveau. Als we dan ook eens de stemplicht afschaffen, krijgt de politiek eindelijk een spiegel voor. Misschien kweken we dan weer staatsmannen in plaats van macho’s. Of komen vrouwen aan de macht.