Woonbeleid verwaarloost huurmarkt

Foto: http://www.gva.be

Toen ik zelf verhuisde, kreeg ik telefoon van Sigrid Stoffels, een medewerkster van vrouwenopvangcentrum Het Zijhuis. Ze wilde mijn huidig appartement bekijken. Het Zijhuis zoekt voortdurend naar betaalbare appartementen, maar vangt overal bot, wegens ‘onbetrouwbaar profiel’ van hun cliënten. Interessante invalshoek om het voor De Standaard eens over het huurbeleid te hebben. Net in dezelfde week kreeg de krant een noodkreet van de VVSG binnen. Ik koppelde beide zaken tot één tekst (en behoud hier mijn oorspronkelijke inleiding).

Vlaams woonbeleid te veel gericht op eigendomsverwerving

“Een kwart van de huurders redt het niet”

Vele huurders op de private woonmarkt verkeren in problemen. Ze betalen meer dan één derde van hun (lage) inkomen aan huurgeld of wonen noodgedwongen in een slechte woning. “De Vlaamse overheid moedigt de aankoop van een huis aan, maar verwaarloost de huurmarkt”, zegt de VVSG. Ze pleit voor een uitbreiding van de huursubsidie.

Lees verder op De Standaard-website (paywall)

Uitzonderlijke zorg in Roemenië

Onze voetbalkeeper Bert Hoskens, toen student Orthopedagogie, bezocht met vier andere studenten van de Karel de Grote Hogeschool een project rond de opvang van hiv-besmette kinderen in Roemenië. Ten tijde van dictator Ceausescu werden tienduizend kinderen met het aidsvirus besmet door erbarmelijke hygiëne in verkommerde ziekenhuizen. Ceausescu stak liever geld in zijn gigantisch paleis. Ik trok mee naar Boekarest en trok er mijn ogen open. Dit verscheen in De Standaard.

‘Dit zie ik in België niemand doen’

Een jonge Roemeense adopteert vier hiv-kinderen. Vijf studenten orthopedagogie van de Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen staan op hun studiereis versteld van haar belangeloze inzet, net als die van tientallen anderen moeders die hun baan opgaven voor de besmette kinderen.

“Dit grijze, grauwe Boekarest knot mijn gevoelens volledig af, maar nu sta ik net niet te huilen”, zegt de 21-jarige Bert Hoskens. Hij is zopas het huis van Veronica uitgestapt, een vrouw die ruim tien jaar geleden haar baan als verpleegster opgaf om drie hiv-geïnfecteerde meisjes te adopteren die in het ziekenhuis door hun biologische ouders werden achtergelaten. Alija en Maria zijn vandaag 16 jaar, hun zus is overleden. Veronica nam er later nog twee jongens bij, Georghe en Filipe, allebei vijf jaar en eveneens besmet met het aidsvirus. Ook haar bloedeigen dochter woont nog in. Veel volk in een verzorgd, maar klein huis. “Ik slaap op de sofa in de woonkamer. Dan kan ik iedereen in het oog houden”, zegt de goedlachse en knusse moeder. Ze heeft de salontafel overladen met cake en zoetigheid en schenkt naar hartenlust cola voor haar gasten.

Naast Bert zijn die gasten Sasha Bruynseels, Aafke De Leeuw, Sandra Smets en Annelies Van Pelt. Ze volgen binnen de opleiding Orthopedagogie de studierichting toegepaste jeugdcriminologie aan de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen. Net als hun studiegenoten (zie kader) vormen zij een groepje van vijf dat binnen Europa een instelling of project moest zoeken dat zich richt op de begeleiding van jongeren met een specifieke problematiek. Dit vijftal koos voor Health Aid România (HAR), dat zich over de HIV-positieve kinderen ontfermt.

Lees verder op De Standaard-website (paywall)

Met je handicap op een wachtlijst

Ik kreeg een telefoontje van de ouders van een jongen met een zware mentale handicap. Omdat die 21 werd, moest hij de aangepaste jeugdinstelling verlaten, voor een volwasseninstelling. Door het plaatsgebrek in die instellingen was er voor hem echter geen oplossing. Zijn ouders kunnen onmogelijk voor hem zorgen, gezien de zware last. Acuut probleem, maar het leverde alvast mijn eerste publicatie in De Standaard op, de dato 29 december 2008.

‘Eén van ons zal zijn job moeten opgeven’

BRUSSEL – Jongeren met een zware mentale handicap moeten op hun 21ste verjaardag hun zorginstelling verlaten om plaats te maken voor andere kinderen. Maar in de instellingen voor volwassenen zijn de wachtlijsten gigantisch.

Lees verder op De Standaard-website (paywall)

Microkrediet als hefboom voor de armsten?

Foto: http://www.basdemeijer.nl

Bij microfinanciering lenen zeer kleine ondernemers in ontwikkelingslanden een minimaal bedrag om hun eigen zaak op te starten. Het systeem is internationaal een groot succes, maar er duikt ook misbruik op, in de vorm van woekerrentes voor mensen zonder geld. Hoe koosjer is de sector? Ik sprak met een bestuurder van Incofin, op vraag van Trends.

‘Microkrediet moet je zuinig toedienen’
“Microkrediet is als een likeur. Je moet het omzichtig toedienen, met respect voor de gebruiker.” Loïc De Cannière van de Vlaamse fondsenbeheerder voor microfinanciering Incofin distantieert zich van de uitwassen in de sector.

Is na de subprimekredieten en de grootbanken de microfinanciering aan de beurt als bedenkelijk financieel vehikel? Tot eind vorig jaar leken microfinancieringfondsen nog immuun voor de bankencrisis en konden ze vrij vlot kapitaal ophalen. Incofin sloot 2010 af met een totaal van 274 miljoen euro aan fondsen in beheer. Maar sinds de kritiek op microfinanciering als hefboom naar
ondernemerschap voor de armsten der armen, moet Loïc De Cannière de boer op om zijn product te verdedigen. “Investeerders zetten microfinanciering on hold tot de hemel weer opklaart. Ik reis heel Europa af om de wolken te verdrijven.”

Lees verder op http://trends.knack.be/economie/weekblad/articles/printarticle-2709447.htm

‘Ook Rubens was een ondernemer’

Niet zo vaak zie je een marketing manager in maatpak tokkelen in een bar, op zijn flamencogitaar. Nog minder vaak een baardmans met artistiek talent die gek is op boekhouding en bedrijfsbeheer. Op de UA beseften ze begin jaren ’90 dat er nood was aan  wat management skills in artistieke kringen en ze maakten er een specifieke opleiding voor. Ik las in het alumniblad van de UA over het tienjarig bestaan van de opleiding. Voer voor Trends.

‘Ook Rubens was een ondernemer’

“Cultureel ondernemerschap is niet langer een vies woord”, zegt Annick Schramme, verantwoordelijke van de opleiding cultuurmanagement. De Universiteit Antwerpen startte de opleiding tien jaar geleden. Zakelijk denken in artistieke kringen was toen nog als vloeken in de kerk.

Lees verder op de pdf Cultuurmanagement UA  

Een eigen zaak voor kansengroepen

Foto: http://www.ikgastarten.nl

Nieuwkomers en allochtone Belgen en hun kansen op onderwijs en werk. Dat thema heeft me altijd geboeid. In de nieuwsbrief van Syntra las ik dat ze een opleiding bedrijfsbeheer aanbieden voor nieuwkomers. Ik was benieuwd hoe dat werkte en of het project succes had. Trends zag dat ook zitten. De titel was een keuze van de eindredactie, waar ik niet volledig achter sta. Verder nochtans geen klachten.

Een mba voor gastarbeiders

Een op de vijf werkzoekenden die een cursus bedrijfsbeheer volgen bij Syntra, heeft twee jaar later een zaak. Bij allochtonen is dat zelfs een op de vier. “We hameren sterk op zelfkennis en de haalbaarheid van het plan”, zegt Luc Neyens.

Dat Syntra Vlaanderen met succes kansengroepen aan het werk krijgt, schrijft afdelingshoofd Draaischijf Ondernemerscompetenties Luc Neyens niet zomaar toe aan zijn eigen werking. “Kansengroepen hebben een enorme motivatie om te slagen en dat is hun grootste troef. Bovendien deden allochtone nieuwkomers vaak al de nodige ervaring op in hun land van herkomst.”
Ook het maatwerk en de realiteitszin van het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming – Syntra Vlaanderen dragen bij tot het succes. Het agentschap vormt een netwerk voor arbeidsmarktgerichte competentieontwikkeling van ondernemers en hun medewerkers. Het ontwikkelt in overleg met de sectoren
gecertificeerde opleidingen. Er zijn 26 campussen in Vlaanderen.

Lees verder in pdf Mba voor gastarbeiders

Homoseksualiteit is ‘geen thema’ voor Marokkaanse gemeenschap

Foto: http://www.seniorennet.be

Op een debat over ‘homoseksualiteit binnen de allochtone gemeenschap’ deed Mohammed Chakkar van de Federatie voor Marokkaanse Verenigingen opmerkelijke uitspraken. Hij minimaliseerde het probleem en reageerde defensief, tot teleurstelling van het publiek. Dat vond ik de moeite voor een artikel in De Standaard. De krant paste dit artikel nog lichtjes aan en kortte het in. Jullie krijgen de full version…

(19 juni 2012)

Allochtone holebi’s verstoten na coming-out

“Na een halfuur stond ik op straat”

“Toen ik mijn ouders heb gezegd dat ik homo was, stond ik een halfuur later op straat. Ik heb met mijn ganse familie moeten breken”, zegt de Tunesische Belg Fourat Ben Chikha. Homoseksualiteit is onder allochtonen nog steeds een zwaar taboe, erkennen ook holebi-verenigingen. De Federatie van Marokkaanse Verenigingen keurt homohaat en -geweld af, maar pakt het probleem weinig actief aan. “Ik voel me absoluut niet geroepen om het holebi-thema binnen de moskeeën bespreekbaar te maken. Dat is onzin”, zegt voorzitter Mohammed Chakkar.

“Op mijn zeventiende besefte ik voor het eerst dat ik homo was. Ik besloot toen om een jaar te wachten om ermee naar buiten te komen, omdat ik wist welke implicaties dat zou hebben. Ik moest er heel zeker van zijn dat ik kleur wilde bekennen”, zegt de nu 31-jarige Fourat Ben Chikha, een in Knokke geboren zoon van Tunesische ouders. Een tijdje later werd hij tijdens een vakantiejob verliefd op een andere homojongen. “Dat was echte verliefdheid, zoals ik ze nooit had gevoeld voor een meisje. Ik was er zo van in de wolken, dat ik besloot het aan mijn ouders te vertellen. Ik merkte ook dat ik begon te liegen over afspraakjes en dat wou ik niet. Ik was tenslotte liberaal opgevoed, moest mij nooit verantwoorden voor wat ik deed of wanneer ik laat thuiskwam.”

Fourat stootte helaas op de grenzen van dat ouderlijke liberale denken: “Mijn ouders, en zeker mijn vader, waren woedend en geschokt. Ik moest mijn sleutel op tafel leggen en het huis verlaten. Een halfuur na mijn coming out stond ik op straat. Met alleen de kleren die ik toen aan had, ben ik bij een vriendin gaan aankloppen. Ik ben er een maand gebleven en ben dan bij mijn vriendje gaan wonen in Leuven. Allemaal veel te snel en halsoverkop, maar ik had geen keuze. Ik ben dan maar op leercontract gegaan, waardoor ik deeltijds kon werken. Voortstuderen zat er niet in. Ik wilde eigenlijk een dansopleiding volgen, maar moest noodgedwongen fulltime werken in allerlei restaurants en winkels, tot ik op mijn 23ste volledig instortte. Het OCMW is dan in actie geschoten en ik kon een opleiding sociaal-cultureel werk volgen”, zegt Fourat. Hij werkt vandaag als preventieadviseur voor homomannen bij Sensoa, het Vlaams expertisecentrum voor seksuele gezondheid.

Kort na zijn coming-out kreeg Fourat van nonkels en tantes ettelijke haatberichten over zijn geaardheid en zijn eigen ouders zag hij vier jaar lang niet meer. “Tot mijn vader een hartaanval kreeg en ik via-via werd gevraagd om langs te komen”, zegt hij. “Dat heb ik na lang twijfelen ook gedaan, maar al snel bleek dat ik mijn typische rol als oudste zoon weer moest opnemen en instaan voor de administratie met het ziekenhuis. Mijn ouders kennen geen Nederlands en zijn analfabeet. Ik zie hen nu soms, maar over mijn geaardheid is het nooit meer gegaan. Ze zijn ook nooit op bezoek geweest in het huis waar ik nu met mijn vriend woon. Laat ons zeggen dat ik word gedoogd, maar niet aanvaard in wie ik ben. Ik heb met de hele migrantengemeenschap van toen geen enkel contact meer. Vooral op momenten als het Suikerfeest valt me dat zwaar. Maar goed, het is wat het is. Ik ben gelukkig in mijn job en in mijn relatie.”

Taboe

Het verhaal van Fourat is geen alleenstaand geval. Toen Elio Di Rupo vorig jaar onze eerste homoseksuele premier werd, getuigde naast politicoloog Dave Sinardet en advocaat Johan Cansse ook Terzake-journalist Riadh Bahri (23) in deze krant over zijn coming out, die tot een volgens hem definitieve breuk met zijn Tunesische vader leidde. Die had veel eerder al eens gezegd: “Als ik ontdek dat jij homo bent, dan doe ik je iets aan.” Bahri ziet de homohaat diep in zijn thuiscultuur ingebakken: “Ik kan het mijn vader niet helemaal kwalijk nemen, ik merk het zelf elke dag in Brussel: ik zou hier nooit hand in hand met een man over straat durven te lopen. Uit schrik voor geweld door allochtone jongeren. Ik denk daarom dat veel allochtone homo’s in Brussel het zo doen: stiekem homoseksuele contacten hebben, maar wel trouwen met een vrouw.”

Belangenorganisaties erkennen het taboe rond homoseksualiteit binnen de allochtone gemeenschap. “Beperken we ons even tot de Marokkaanse en Turkse gemeenschap, omdat die in ons land sterk vertegenwoordigd zijn, dan stellen we vast dat het taboe daar nog veel groter is dan onder de autochtone bevolking”, stelt Yves Aerts, woordvoerder van holebi- en transgenderkoepel çavaria, die 120 organisaties vertegenwoordigt. “Het is voor onze medewerkers dan ook niet makkelijk om de juiste benadering te vinden om dat taboe te doorbreken. We moedigen autochtone holebi’s aan om zich te outen, we denken dat ze daar gelukkiger van worden. Maar geldt dat ook voor de grote ellende die allochtone holebi’s zich daarmee op de hals halen? Dat is een delicate kwestie. Gelukkig zien we wel steeds meer gekleurde groepen op onze meetings verschijnen. Er is toch iets in beweging.”

Goed geplaatst is Saïd Al Nasser, medeoprichter van Merhaba, een vzw die strijdt voor de acceptatie van holebi’s en transgenders binnen etnisch-culturele minderheden. “Het thema is binnen de allochtone gemeenschap moeilijker bespreekbaar dan binnen de autochtone gemeenschap. Wel worden er stappen gezet, zij het traag en schuchter. Er kan en moet nog meer gebeuren”, zegt Al Nasser. “Binnen de allochtone gemeenschap zijn klassieke rolpatronen en ook respect voor de ouders belangrijk. Het ligt er veel moeilijker om je ouders af te vallen en dus ook om je te outen. Ook een zekere machocultuur maakt de acceptatie van holebi’s moeilijk. Daarnaast toont onderzoek aan dat hoe meer je jezelf als minderheid gediscrimineerd voelt, hoe groter het risico dat je een andere minderheid gaat viseren en discrimineren.”

Oppervlakkig

We ontmoetten Fourat Ben Chikha in Antwerpen tijdens een sofagesprek over het thema ‘Homoseksualiteit bij allochtonen: onbespreekbaar?’, georganiseerd door Merhaba. Het debat diende als startschot van een nieuwe campagne tegen racisme en homofobie, dat de steun geniet van Kif Kif, het Minderhedenforum, de Federatie voor mondiale verenigingen (FMDO vzw), het Platform Allochtone Jeugdwerkingen (PAJ) en Ella (Kenniscentrum Gender en Etniciteit).

Jammer genoeg bleef het debat op de vlakte, de sprekers erkenden het probleem slechts stilletjes of gingen in het defensief. Ursula Jaramillo van het Minderhedenforum vertegenwoordigde naar eigen zeggen te veel verenigingen om één standpunt uit te brengen en hield het erop dat ook in de christelijke gemeenschap homofobie aanwezig is. Een vertegenwoordiger van het Afrikaans platform CCAEB geloofde dat homofobie met de tijd zou afnemen. Mohammed Chakkar, voorzitter van de Federatie van Marokkaanse Verenigingen, wees naar de media die individuele homofobe gewelddaden van allochtone jongeren volgens hem uitvergroten naar hun gehele gemeenschap.

“Ik voel me absoluut niet geroepen om het holebi-thema binnen de moskeeën bespreekbaar te maken. Dat is onzin. Er zijn imams die homoseksualiteit pertinent onbespreekbaar vinden. Als wij zouden zeggen dat ze het daar over moeten hebben, dan wijzen ze ons toch gewoon de deur? Dat is ook normaal. Zou het anders zijn bij priesters van de katholieke Kerk?”, vraagt Chakkar retorisch. Hij verwijst nog naar de participatie van het FMV aan debatten in het Roze Huis en enkele gespreksavonden met jongeren waarin op hun vraag sporadisch ook seksualiteit en homoseksualiteit aan bod kwamen. “Islamgeleerden leggen op die meeting points de visie van de islam uit. Zij noemen de homoseksuele daad zondig, maar wij zullen iedereen toelaten daar zijn eigen mening over uit te spreken. Wij veroordelen heel duidelijk elke vorm van geweld en discriminatie tegen alle minderheden, maar gaan niet apart onze aandacht richten op holebi’s. Ik erken dat het uiteraard een gevoelig thema is binnen onze gemeenschap, maar het kent geen prioriteit, we hebben momenteel andere katten te geselen.”

Het publiek vindt de stellingname van voornamelijk het FMV maar minnetjes: “Het is wat makkelijk om geweld tegen holebi’s te veroordelen als je de homofobe denkbeelden die er achter schuilgaan niet actief bestrijdt. Autochtonen hebben hun netwerk, wij hebben dat nog altijd niet en ik hoor dezelfde excuses als tien jaar geleden”, zegt een toehoorder. Saïd Al Nasser van Merhaba is milder: “Het feit dat deze minderheden naar het debat komen, is een grote stap. En ik wil toch zeggen dat de FMV wil meewerken aan de verspreiding van onze campagneaffiches. We hebben een goede relatie met de FMV, die we verder willen uitbouwen.”

Gastspreker op het debat Habbib el Kaddouri van het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN) werkte in eigen land al heel concreet rond het thema. Zonder namen te noemen was hij scherp voor zijn Belgische collega’s: “Ik ga niet in het defensief  door het over stigmatisering van de Marokkaanse gemeenschap te hebben. Als je op een bepaald moment vaststelt, op basis van feiten en cijfers, dat je binnen je eigen gemeenschap met een taboe zit, dan moet je de dialoog aangaan. Je moet niet zoeken naar argumenten om het thema niet bespreekbaar te maken, want dan kom je geen stap verder. Die fase zijn wij in Nederland al een hele tijd voorbij.”

Kruisbestuiving in de groensector

De sociale economie bevindt zich op moeilijk terrein en krijgt wel eens kritiek te verduren van de reguliere economie. Ze zou met subsidies marktaandeel inpikken. In Gentbrugge werken beide samen. Zo kan het dus ook.

Kruisbestuiving in de groensector

Er is een pact in de Oost-Vlaamse groensector tussen de reguliere en de sociale-economiebedrijven. Ze verwijten elkaar geen concurrentievervalsing meer, maar gaan samenwerken. “De complementariteit haalt het van de verschillen”, zegt Dany Neudt, directeur van initiatiefnemer De Punt.

Een gespecialiseerde boomkapper uit een regulier bedrijf
kan zich op het snoeiwerk concentreren, terwijl een
werknemer uit de sociale economie de takken ruimt en het pad veegt.”

Dany Neudt is ervan overtuigd dat de sociale en reguliere economie elkaar aanvullen. Hij is algemeen directeur van De Punt, een bedrijvencentrum uit Gentbrugge dat in 2000 werd opgericht als een incubatiecentrum voor sociale economie. Het helpt bedrijven op te richten die sociaal kwetsbare doelgroepen werk verschaffen en in hun productie- en arbeidsproces duurzaamheid vooropstellen. De Punt stelde een eerste samenwerkingsprotocol voor tussen de sociale en reguliere economie.

Lees verder op http://trends.knack.be/economie/weekblad/articles/printarticle-2758330.htm

Goed doel op een schoteltje

Foto: http://www.arnoldkarskens.com

Een vriendin van mijn neef Stef werkte voor CFP (het huidige Ondernemers voor Ondernemers) en zocht wat persbelangstelling. De vzw helpt bedrijven om ‘de juiste goede doelen’ te vinden om te sponsoren. Daar hebben lezers van Trends wel wat aan.

Goed doel op een schoteltje

Een goed doel steunen, oké. Maar als Vlaamse onderneming een ontwikkelingsproject in het Zuiden kiezen en opvolgen, dat is andere koek. Corporate Funding Programme (CFP) neemt al jaren die klus over en maakt de brug tussen ngo’s en de bedrijfswereld. “Ze leren veel van elkaar”, zegt coördinator Anne-Lise Passelecq.

Vaak storten bedrijven geld op de rekening van een grote ngo en daarmee basta, klus geklaard. Maximaal staat
hun logo in de sponsorlijst. Toch kiezen ook veel ondernemers voor een specifiek, kleinschalig ontwikkelingsproject met zichtbaar resultaat, bij voorkeur in hun eigen sector. Ze gaan voor een goed doel dat past bij
hun bedrijfsimago en geven er graag ruchtbaarheid aan. Ze willen garanties dat het project correct verloopt. “Dat alles vergt veel tijd en energie die bedrijven niet hebben. Het behoort niet tot hun corebusiness, dus neemt CFP die rol op”, zegt Passelecq.

Lees verder op http://trends.knack.be/economie/weekblad/articles/printarticle-2744251.htm

Museum aan de geldstroom

De opening van het MAS in mijn eigen stad mocht ik niet zomaar laten passeren. Voor Trends mocht ik de marketing en financiering van het museum eens toelichten. Ik interviewde daartoe de Antwerpse schepen van Cultuur Philip Heylen (CD&V).

Museum aan de geldstroom

Het is een architecturaal hoogstandje van 62 meter. Het gloednieuwe MAS in Antwerpen trekt bedrijven aan die er hun naam aan willen verbinden. “Dit museum staat voor innovatie, participatie en diversiteit. Het richt zijn blik op de wereld en vertelt universele verhalen. Welk bedrijf wil niet zo’n imago hebben?”, vraagt schepen van Cultuur Philip Heylen retorisch.

Lees verder in Trends, 12 mei 2011, p.108