Behandeld als grote mensen

vrijheid

Het is ik-weet-niet-hoe-lang geleden. Maar vandaag, 7 april 2016, had ik nog eens het gevoel in dit land als grote mens te worden behandeld, als volwassen vent die zijn eigen keuzes kan maken. Minister van Werk Kris Peeters (CD&V) komt met een uitgewerkt voorstel om de 38-urenweek af te schaffen en om overuren cash uit te laten betalen. Stel je voor dat we voortaan nu eens echt tot 45 uur per week kunnen werken (waarom zelfs niet meer?) zonder dat een vakbond ons handje komt vasthouden – of moeten we zeggen: ‘komt strelen’? – en in onze plaats weet te orakelen dat dat niet goed is voor ons welzijn en we een burn-out gaan krijgen. Beeld je in dat ons geen Daens-complex meer wordt aangepraat omdat we toevallig goesting hebben om voor onze boeiende job een tandje bij te steken, om een collega en chef gelukkig te maken en klanten tevreden te stellen. Dat eens simpelweg aanvaard wordt dat wij kicken op eens goed doorvlammen en uren kloppen en dat wij ons met plezier laten ringeloren door die sluwe snoodaards van het patronaat. Met onze knieën op een meetlat slagersvloeren schrobben, onder de dreiging van nare lederen zweepjes. En de chauffage die te laag staat. Kom maar af, spank me! And show me the money.

Met dat geld neem ik op kalme weken een citytrip en drink in the late night bar een cocktail op de gezondheid van alle stervelingen die zogezegd hun rechten niet hebben kunnen verdedigen en aan wie ik mijn midweekvakantie te danken heb. Hoe mooi zou dat zijn? Eindelijk gerechtigheid voor de zelfdenkende, mondige burger, eindelijk tot wasdom verwelkomd. Avondlijk thuiswerk dan toch eens gewoon wettelijk verzekerd voor het geval ik met mijn oog op mijn balpen in slaap val.  Eindelijk bevrijd van schavuiten die hun fans tellen en zonder te checken poneren de rechten te verdedigen van ook al wie niét als angsthaas lidgeld betaalt voor een club die ons tegen wie-weet-ooit-eens-welk ontslag of verlies van verlof op Pinkstermaandag wil beschermen. Wat zou dat goed voelen!

Mijn verbeelding was nog maar net geprikkeld door de heer Peeters, of ik werd zot van glorie door een voorstel van Jong Groen. Die frisse knapen willen mij de kans bieden om een paar goede vrienden gelijk te stellen met erfgenamen in de tweede graad (mijn broer of zus dus). Ronduit fantastisch is dat. Naar hun plan kunnen een vriend en ik dan erfgenaam van elkaar worden en verlof krijgen voor elkaars huwelijksfeest of begrafenis. Doe maar eens heel zot en tel de voorstellen van Kris Peeters en Jong Groen op. Dat zou betekenen dat wij zeggenschap krijgen over werk en vrienden, over wat we de hele dag uitvreten dus en over wie we graag zien. Dat kan toch bijna niet de bedoeling zijn van politiek? Ik die dacht dat ons uitspreken over een brug over ’t Scheld of over een vrijhandelsakkoord met Oekraïne het maximaal haalbare was. Neen, hoor.

Het voorstel van de jonggroenen komt er allicht nooit in de bonusvorm waarin ze het zelf voorstellen en dat zou ook niet goed zijn. Nog wat meer verlof kunnen onze bedrijven niet aan, me dunkt, ‘de concurrentiekloof met de ons omringende landen’, je weet wel. Maar gooi dit prachtige kind niet met het badwater weg en laat mensen kiezen: familie of vrienden. Een oude broer die je talent en speelgoedautootjes achttien jaar wist te kraken, op diens begrafenis hoef je niet te zijn. Het geld van je vader die je even lang misbruikte, hoef je niet te hebben. Geef mensen munitie om zich daarvan te verlossen, zorg dat ze hun verlofdagen en erfenissen zelf moeten kiezen – ruil een familielid voor een vriend – en doe hen loswrikken van de ketens die hen al een volwassen leven lang omknellen. Beloon de vrienden die hun waarden delen, die je met wodka en woorden door je donkerste uren hebben gesleurd, daar in dat putje van de nacht. Het voorstel van Jong Groen kan helend zijn voor hele generaties.

Het sprankelende idee van deze vrije denkers leidde mijn gedachten ook af naar de begrafenis, jaren geleden, van een vriend. Pas een week nadat het uit was met zijn liefje, kwam hij tragisch om het leven. Dat meisje had jarenlang de diepste intimiteit met hem gedeeld, maar liep nu alleen in de begrafenisstoet, ver achter de broers en zussen die elkaar stutten en zonder een arm om haar heen. Want het was toch ‘uit’, dus viel de jongedame ook uit de familie, die altijd voorop loopt. Je reinste eenzaamheid, opgedrongen door kaders en rituelen.

Ironisch genoeg zullen Kris Peeters en Jong Groen nooit elkaars ontketenende plannen verdedigen. Ik zie de groenen niet meteen een voorstel steunen dat werkgevers ademruimte geeft en vakbonden enigszins kan verontrusten. Daarvoor schurken ze te dicht tegen de socialisten aan en zien ze te weinig in dat ze eigenlijk een modern, hoogopgeleid en kritisch kiespubliek dienen dat beslist voor zichzelf weet te zorgen, vooral voor de staat naar Brussel treint en alles wat staking heet fors beu is. Evenmin zie ik de christendemocraten plots gewillig de hoeksteen van de samenleving onderuit halen en een dikke maat of een ex-lief waarmee je nog knuffelt, met je moeder gelijkstellen.

Toch dienen beide partijen met deze voorstellen dezelfde burgers. Zij die willen gaan waar ze willen en staan waarvoor ze staan. Zij die bewuste keuzes maken, wars van tradities. Zij die naar eigen wens hun loopbaan willen vormgeven. Zij die geen paperassen willen invullen voor elk klein recht. Zij die van job zouden veranderen als hun fiets gratis op de trein kon. Zij die wel geld zien zitten in plaats van een bedrijfswagen. Geef ons politici die alles in het werk stellen om ons vrijheid in plaats van veiligheid te garanderen. Die alles geven om ons voor altijd gerust te laten.

Hotels zonder kinderen: zalig!

Vele jaren geleden (2006?) kwamen touroperators met het idee van de ‘kindloze hotels’. Voor velen een schande, ik vond het een prima plan. In belang van het kind en van mezelf.

hotel

Hotels zonder kinderen, in het belang van het kind

Touroperators maken promotie voor hotels waar kinderen niet zijn toegelaten. “Een schande”, schreeuwen kinderrechtenactivisten. “Spijker die reisagenten aan de muur”, spuwt Guy Tegenbos in De Standaard. Hotels zonder kinderen: ik vind het juist een prima idee, in het belang van ouders en kindlozen en daarom van de kinderen.

Kinderen moeten in alle vrijheid kunnen spelen, wild doen, in een zwembad plonsen en lawaai maken. Een kind dat in zijn speelsheid geremd wordt, houdt op kind te zijn. Het schikt zich voortijdig naar knellende normen, wordt gefnuikt in zijn creativiteit. De gevolgen van dergelijke beklemming zie ik vandaag bij volwassen dertigers, op zoek naar zichzelf. Hun ouders hebben iets te vaak ‘doe nu eens normaal, zit stil!’ gezegd.

Stel u dan een ideale wereld voor waarin toeristen die zich zo aan kinderen ergeren dat ze hun voetbal diep het zwembad willen in trappen, voortaan verzameld worden in een kindloos zomerreservaat. Heerlijk. Geweldig. Pas dan kunnen onze kinderen blij spelen in andere logementen, op campings, in het echte water van de zee.

Die vakantiegangers in dat reservaat noemt mijnheer Tegenbos steevast ‘mensen met een kindaversie’. Dat is niet waar. Het zijn lieve mensen. Ik ken ze. Het zijn mijn vrienden, overvraagde tweeverdieners met jengelende peuters. Ouders die vol overgave te zevenen boterhammen smeren met iets dat de bengels weer niet lusten, die naar speeltuinen en dierentuinen hossen om daarna een maaltijd te preparen met iets dat de bengels weer niet lusten, die op kapotte knieën ‘leeuwtje en hert’ spelen en verhaaltjes voorlezen omdat een dvd insteken slecht is voor de gezondheid van de kindjes. Die moe zijn, die doodop zijn. Wat zou het hen deugd doen als zij met hun tweetjes een all in-resort boeken zonder ergens kinderen in de buurt, met cocktails. Om de batterijen op te laden.

Die ‘mensen met een kindaversie’ zijn verder kindloze dertigers zoals ik, die na hun vakantie in dat paradijs zonder kinderen opnieuw energie hebben. Energie voor babyborrels van leeftijdsgenoten die uitsluitend praten over kinderen, pijnlijke bevallingen en misgelopen verbouwingen, altijd de schuld van de architect. Waarmee het gesprek stokt als je zegt zelf geen kind of bakstenen te hebben.

Het blijkt uit tal van wetenschappelijke studies dat Belgen vooral aan één ding nood hebben: tijd voor zichzelf. Als wij, alleenstaanden, ouders en kinderen, elkaar willen blijven verstaan, dan moeten we ons soms afzonderen, in onze eigen vertrekken. Wanneer kan dit beter dan op vakantie? We behartigen dezelfde zaak, mijnheer Tegenbos: die van de rechten van het kind. Die verdedig ik via de rechten van ouders en kindloze volwassenen. Laat touroperators en hoteluitbaters alles in het werk stellen om precies die mensen compleet te ontspannen. Zodat zij na hun verlof opnieuw volwassen reageren op de volstrekt normale, maar veeleisende grillen van het jonge kind.