Lekker vrijen om goed te praten

Je kunt de liefde prefab bedrijven, de stappen doorlopen van het basisplan, niets toevoegen van jezelf of je lief. Ze veilig beleven, niet buiten de oevers treden van je gevoel. Er zijn mensen die dat doen en – eventueel – met hun catechismus de duivel pletten, met de Koran hun onderbewustzijn slaan, elk verlangen doden. Er ruist iets door hun struikgewas, er roert iets in hun broek, ze smoren het tijdig in de kiem en leven voor de helft.

En dan zijn er jij en ik en onze ontmoeting in het kader van een wip, omdat het kon. Het was niet voorzien dat we elkaar zo graag zouden zien, of toch niet zo snel, maar het klopt. Logisch gewoon. Je had maar net gezegd waar je werkte en onze fantasie zat al in het ballenkot van je basisschool. Had ik je eigenlijk al gezegd dat je daar lange voetbalkousen droeg onder een shortje en ik op zoek was naar mijn bal?

Mijn diepste kreten en breedste gedachten kon ik al met je delen in de app. Nog voor ik de trappen van de stationshal betrad, was de ban al gebroken, het hek weldra van de dam. Deze jongen mocht bij jou komen spelen, we wisten van elkaar vooraf al hoe graag we het deden, in welke vormen en gedaanten, hoe hard of hoe zacht en met hoeveel.

Het is niet het mysterie dat tot hartstocht leidt, noch het geduld, hoe lang houd je eiwit stijfgeklopt? Neen. Alleen van ongeremdheid en open communicatie wordt ons kruis nat en gaan de poorten open. Daarachter loopt een spoor van ontspanning en veiligheid, vertakken zich wegen om langs te verbinden, krioelen hersenspinsels om in lepeltjeslig samen doorheen te woelen, terwijl je haar langs de slapen streelt. Er ligt een Kalmthoutse heide aan brandbaar materiaal, je hoeft het vuur maar aan te poken.

Je moet zo snel mogelijk vrijen en doortastend kijken naar de stafkaart die zich daarop ontvouwt. Daar pas zie je wie zij of hij is, daar pas kan je echt ontmoeten. Daar pas zal je gelukkig zijn, waar alle keurslijven en kuisheidsgordels zijn afgeworpen.

Vandaag zijn er mensen die scholen in brand steken omdat we in de klas kinderen met elkaar gaan leren praten over hun relationeel, amoureus en seksueel leven, omdat we ze gaan leren uitdrukken wat ze voelen. Deze mensen hebben zelf angst om in de hete soep te roeren die hun lijf is, ze zijn bang van zichzelf en zullen zichzelf nooit ontdekken. Ze zijn niet bereid om de noden en behoeften van hun lief te leren kennen. Ze zweren liever bij religieuze boeken, geschreven door mannen die nooit een vrouw hebben ontkleed noch ontleed, niet langs al haar poriën. Ze ontzeggen mij het volle leven en vragen respect voor hun geloof.  

Ik ontmoette een vrouw met wie ik in balans lig. Ze leest mijn betrouwbaarheid niet af aan de lengte van mijn langste relatie. Ze checkt niet langs controlevragen of ik er zou zijn voor haar kroost. Ze duwt geen trauma’s in mijn nek nog voor ik weet waar ze woont. Want ze voelt zich goed in haar vel, praat vrij over seks, werpt alle schaamte af en kan daardoor in zichzelf kijken en zich op anderen richten. Ze is een toonbeeld van persoonlijke groei. Tegen die groei gaan in Brussel 2000 mensen betogen.

Deze vrouw wil mijn verlangens kennen, ze leest alles wat ik schrijf, ze kronkelt rond mijn woorden, ze spint van mijn taal, we doen aan spelling, we verzetten onze zinnen en bakens. Ze vertelt me dat ze droomt van een app om piemels naar lengte, vorm en daadkracht te catalogeren, want ‘je krijgt dat zelf niet bijgehouden’. We lachen ons dood. Even later ligt mijn pijn in haar schoot, over vrouwen die je verwijderen op Tinder, over vrouwen in de knoop, over een redder zijn in nood zonder zelf te worden gehoord. Over een kind dat nog steeds niet is geboren.  

Kouder dan de maan

Ons beste gesprek
ging over je ex
seks
is er nooit van gekomen

ik zat al in je vriendenzone
voor ik in je kamer kwam
jij

bent er nooit gekomen
bleef droger dan beschuit

was het niet meer uit,
nu ik langs je oor
mocht strijken?

waar een doorbraak
leek te lijken
legde je weer lijnen neer

je kat had geen naam
jij staat kouder dan de maan
en verder
van mij

kan je niet komen

mijn beste seks
was met mijn vorige ex
ver waarvan
wij

ooit zullen dromen.

Under the Skin

Under the SkinWraak op de middelmaat

Grijpgrage losers met boeventronie, Adidas-trainingspak en een voetbalsjaal die even denken de mooiste vrouw van het noordelijk halfrond in hun bed te krijgen. In Under the Skin laat Scarlett Johansson hen even in de waan en duwt hen terug in de modder weer ze naïef dachten uit te kruipen. Regisseur Jonathan Glazer rekent genadeloos af met middelmaat en ranzigheid, met gore praat boven verschraald bier. Met miezerige mannetjes die geen minuut boven zichzelf trachten uit te stijgen. Die denken dat het zo wel loopt.

Glazer neemt wraak op de luide aanwezigheid van nietsnutten en schoften op wie tv-zenders hun programmatie afstemmen en uw avond verknallen. Op tuig dat fietsers van de baan rijdt in een race om wat aandacht. Op mensen die we niet nodig hebben. Het mooie is dat Glazer niet terug schreeuwt, geen megafoon hanteert. Hij fluit, hooguit op sopraanblokfluit, zijn serene serenade. Hij maakt een stille, oorverdovende prent voor wie zich geduldig te luisteren legt. Met nauwelijks woorden en treffende beelden maakt hij een treurzang op het gebrek aan beschaving, op het gebruiken van anderen als waren ze tuinmateriaal. Hij tekent een mensdom dat zichzelf degradeert, terwijl het alles in de hand heeft om het te maken. Met zijn poëtische en grafisch geraffineerde prent biedt hij meteen tegengif voor de leegheid en waardeloosheid die hij betreurt. Bij de misselijkheid ook de juiste pil.

Glazer weet stand te houden in die droeve toon doordat hij de nodige afstand bewaart tot de wereld die hij beschrijft. Dat doet hij door Scarlett Johansson neer te zetten als een weliswaar bloedmooie brunette waar niets op aan te merken valt, maar die in wezen een soort robot is van een andere planeet en – van alle plaatsen – in het grauwe Glasgow is neergestreken. Waar kan je verlatenheid ook beter in beeld brengen? Deze vrouw zonder naam rijdt rond in een minibus met als enig doel mannen in haar bed te krijgen, niet uit wanhoop maar om te tonen hoe goedkoop ze zijn. In een wederkerend patroon zakken al deze mannen weg in een moeras van zwarte inkt en verdwijnen in een opgezogen rookwolk. Stilistisch voorbeeldig, maar na een tijdje behoorlijk vervelend voor de niet al te zware cinefiel.

Toch moet u het eerste deel beslist uitzitten, want pas dan ontvouwt zich de ware schoonheid van Under the Skin en komen de sluimerende betekenissen helemaal bovendrijven. In een scène in balans pikt Scarlett een man op met een ernstig misvormd gelaat en houdt er een open gesprek mee, zegt welke mooie handen hij heeft. Hijzelf zegt overdag niet naar de winkel te gaan ‘omdat de mensen dom zijn’. Na al de voetbalhooligans en discogangers die voor hem in het busje zaten, kan je hem alleen nog gelijk geven.

Scarlett beslist de man niet op te slokken, maar na de liefdesdaad vrij te laten, omdat hij zich van de meute onderscheidt. Dat is niet naar de zin van een rondrijdende motorcrosser die je haar pooier of fabrikant, een lijkenberger of het hoofd van een lugubere club wereldverbeteraars zou kunnen noemen. Een groep aliens dan die vanuit een parallelle wereld de mensheid even met de neus op de feiten komt drukken. Het is maar wat u er zelf in ziet. Alleszins kiest Scarlett voor een ander leven en ze slaat op de vlucht. Haar kwetsbaarheid komt in beeld, Under the Skin tast vanaf dan echt onder de huid.

Popcornsmullers die dachten zich aan Scarlett Johansson te kunnen vergapen in een luchtig filmpje, zijn mooi bij de neus genomen. Deze parel over zwijnen is haute cuisine voor wie proeven durft. Weet dat de diepste smaak in de kop van de scampi zit. Slurp.

Air Doll

In Air Doll komt opblaaspop Nozomi tot leven. Ze kijkt verwonderd om zich heen, maar kampt vooral met moeilijke gevoelens. Het hebben van een hart blijkt lastig. Regisseur Horikazu Koreeda vond een mooie metafoor voor vereenzaming en ontmenselijking in een grootstad, maar werkt zijn idee matig uit. De ondraaglijke lichtheid van het bestaan die hij wil overbrengen, is helaas van toepassing op zijn eigen, wat vervelende film.

Koreeda haalt met Air Doll nooit het niveau van zijn geniale After Life, waarin overledenen het mooiste moment van hun leven moeten kiezen om definitief te kunnen sterven. De vraag hoe een opblaaspop zich behandeld voelt, is al even boeiend, maar de humor, creatieve wendingen en climax in After Life, zijn in Air Doll nauwelijks terug te vinden. Beide films zijn traag, in goede Japanse stijl, maar het verschil in branie is treffend.

Nozomi is de opblaaspop van de eenzame Hideo, een alleenstaande ober in Tokyo. Hij eet ermee, praat en vrijt ermee. Als hij op een dag naar het werk is vertrokken, komt Nozomi tot leven. Ze verandert in een jonge vrouw die de wonderen van de stad en haar eigen gevoelens ontdekt. Ze vindt een baan in een videotheek, waar ze verliefd wordt op de brave Junichi. ’s Avonds rept ze zich naar huis om Hideo niet teleur te stellen. Ze ontmenselijkt zich dagelijks weer tot sekssubstituut.

Regisseur Horikazu Koreeda zet een krachtig metafoor in om misbruik, sleur en gebeitelde machtsverhoudingen in lange relaties pijnlijk in de verf te zetten. Daarin schuilt de sterkte van Air Doll. Als Hideo ontdekt dat Nozomi een vrouw is geworden, wil hij liefst dat ze snel weer in een pop verandert. Hij wil zijn eigen gevoelens verheerlijken en niet rekening houden met die van een ander, want dat leidt alleen maar tot problemen, hartzeer en het risico om verlaten te worden. Koreeda doorvlecht die angstige keuze voor veiligheid, dat gebrek aan engagement, in tal van randpersonages die evenmin in relatie treden. Ze vormen samen een grootstad die kiest voor individualisme en doodgaat van eenzaamheid.

Sterkste beeld van de film krijgen we wanneer Nozomi zich verbrandt aan de lichtinstallatie in de videotheek en haar plastic huid scheurt. De lucht loopt haar lijf uit, maar collega Junichi blaast haar letterlijk en figuurlijk nieuw leven in. Het tedere tafereel speelt zich af tussen de rekken met porno, dat symbool van ontmenselijking. Het contrast werkt vergrotend, de kijker haalt even adem na al flinke tijd op de proef te zijn gesteld. Want Air Doll is esthetisch en kunstzinnig, maar toch vooral een taaie brok. De voortdurende verwondering van onze opblaaspop over alles wat ze zo plots ontdekt – een rinkelende fles, een pluim, een kind – werkt behoorlijk op de zenuwen. Koreeda diept zijn personages ook nauwelijks tot niet uit, allicht om de afstandelijkheid in Tokyo scherp te stellen. Het wordt daardoor moeilijk om je in het verhaal in te leven. Air Doll is zeer esoterisch en vooral een lange rit om uit te zitten.