Liesbeth Homans denkt in rassen

Liesbeth Homans

Antwerps schepen van Sociale Zaken en Diversiteit Liesbeth Homans (N-VA) zegt in een open brief mee te voelen met de slachtoffers van racisme in haar stad, maar in hoe ze denkt en schrijft, blijkt alleen maar dat ze zelf in rassen en categorieën van mensen denkt. En vooral: dat ze niet luistert.

Het racismedebat laaide begin dit jaar weer op. Op oudejaarsnacht werd een twintiger in Molenbeek zonder enige reden in de rug geschoten door enkele mannen ‘die een vreemde taal spraken’, zo had het slachtoffer gehoord. De identiteit of nationaliteit van de voortvluchtige daders is nog altijd niet gekend, maar het gesprek in Reyers Laat over het ‘Brusselse probleem’ ging meteen over allochtonen en Marokkanen. De tv-gasten mogen natuurlijk hun mening zeggen en ongezouten. Ik verwacht van de VRT wel een evenwichtige samenstelling van sprekers en tegengestelde opinies over zulk complex thema – ik zag geen straathoekwerker of vluchteling, wel een strafpleiter, een slachtoffer van geweld en een kunstenaar die van zichzelf zegt voor te staan op andere mensen. Niet echt specialisten. Van een journalist-debatmoderator verwacht ik dan weer een kritische vraag of een bijsturing als een gesprek één kant opgaat. (bekijk ook de zeer pientere montage van Orlando Verde, die de verwrongen beeldvorming blootlegt in deze aflevering van Reyers Laat)

Eén van de gasten was journalist Riadh Bahri, zelf van Marokkaanse origine. Hij schreef voor De Standaard ook een interessant opiniestuk waarin de overvallen en agressie en het verbaal geweld waarmee hij in Brussel te maken heeft gehad, bijna altijd van ‘kut-Marokkanen’ en allochtonen komen. Hij zegt zich er slecht bij te voelen intussen zelf bevooroordeeld te denken en deze termen te gebruiken. Ik zeg alleen maar dat het dapper is dat hij voor zijn mening opkomt. Het is niet aan Riadh Bahri om alle nuances in het debat te noemen. Hij zegt wat hij voelt, als Brusselaar en Marokkaanse Belg.

Even verademend was de reactie van Samira Azabar, op de website van Kif Kif. Zij is onder meer gekend van haar engagement voor Boeh! (Baas over eigen hoofd), het actieplatform tegen het Antwerpse hoofddoekenverbod. Azabar hernam bijna letterlijk het stuk van Bahri, maar verving de voorbeelden van crimineel gedrag door voorbeelden van racisme waarmee zij te maken had. Hoe ze van een terrasje weg moest omdat ze met haar hoofddoek de klanten wegjoeg, hoe ze werd aangevallen omdat ze moslima is, hoe ze gevraagd werd of ze terrorisme onderschrijft omdat ze de Koran leest. Het is niet aan Samira Azabar om alle nuances in het debat te noemen. Ze zegt wat ze voelt, als Antwerpenaar en Marokkaanse Belg.

En dan is er Liesbeth Homans. Ze schrijft een open brief aan Samira die haar een hart onder de riem zou moeten steken. Ik denk dat Samira zich allesbehalve gehoord voelt. Homans erkent op geen enkel moment dat racisme zomaar op zich kan bestaan of te maken kan hebben met angst voor het vreemde, met bescherming van het eigen goed, met foute associaties tussen hoofddoeken en onbehoorlijk bestuur aan het loket, ingegeven door het hoofddoekenverbod. Met beeldvorming over Arabische schurken in Amerikaanse tv-series of over Marokkaanse Brusselaars, door strafpleiters en slachtoffers van criminaliteit in Reyers Laat. Met noem maar op.

Neen, Homans bepleit als schepen van Diversiteit een enkelvoudige oplossing. Homans gaat “de potgrond van het racisme wegnemen”, het “bij de wortel aanpakken” en die wortel en die potgrond zijn voor haar maar één ding: de criminaliteit en het verbaal geweld van de allochtoon, of toch minstens zijn lamzakkerij, zijn weigering een job aan te pakken: “mensen hebben de plicht om kansen met twee handen te grijpen en zichzelf een beter leven te garanderen”. Uit een onderzoek dat ik voor MO Magazine deed, blijkt wel dat je op de woningmarkt met een Marokkaanse naam in één op twee gevallen de duimen moeten leggen tegen een kandidaat-huurder met Vlaamse naam. Liesbeth Homans gaat er aan voorbij.

Homans zegt Samira’s voorbeelden van racisme te betreuren, maar haar directe associatie tussen criminaliteit en allochtonen, zonder enige nuance, zonder verklarende tussenfactoren, zonder andere oorzaken van racisme te erkennen, is net de kortsluiting in het brein die racisme doet ontstaan: het ligt namelijk aan de Marokkaan. Hij moet de potgrond wegwerken, alleen hij moet de wortel uittrekken en niemand anders heeft blubber aan de handen. De stad is zo ‘lief’ hem daarbij te helpen. Dan wel niet door zijn armoede en achterstelling aan te pakken, maar gewoon door kansen te bieden. Voor N-VA’er Homans zijn dat lessen Nederlands, inburgeringstrajecten en jobopleidingen. Dat iemands armpjes te kort zijn om een kans te grijpen, is zijn probleem. Ook als die armpjes gebonden worden. Moet een Marokkaanse Belg, geboren op het Kiel, lessen Nederlands leren om proactief racisme tegen te gaan en zijn kansen te vrijwaren? Kan hij dat niet al? Is anoniem solliciteren geen kortere weg?

Het verband tussen criminaliteit en nationaliteit of origine kan je lezen in politiestatistieken, racisme ligt niet aan dat verband zelf. Een Marokkaan met een beetje opleiding zal dat verband ook meteen erkennen, dat Samira daarvoor een brief moet krijgen van de schepen is beledigend en kleinerend. Samira Azabar is geen schoolmeisje.

Het racisme ligt dus niet in dat verband, maar in de verklaring van dat verband, of liever: de weigering om er een verklaring voor te zoeken die verder gaat dan de origine zelf. En dat weigert dus Liesbeth Homans. Racisme ligt ten tweede in de veralgemening van een kenmerk tot elk ‘lid’ van een bevolkingsgroep. Ook daar gaat Homans zelf in de fout. Ze schrijft letterlijk dat racisme “een schild” is “waarachter mensen zich kunnen wentelen in een slachtofferrol” en dat ze het gebruiken “als een excuus om de eigen verantwoordelijkheid te ontlopen”. Hoe ontloopt Samira Azabar dan precies haar verantwoordelijkheid? Wentelt zij zich in een slachtofferrol? Mevrouw Homans heeft het allicht niet op haar bedoeld, want zij is ‘een goei’. Maar ze heeft haar noodkreet niet gehoord. Ze heeft niet geluisterd. Aan haar verkrachte dochter heeft ze gezegd dat, misschien, haar rokje te kort was.

Het categorisch denken van Homans vertaalt zich in een paar andere subtiliteiten in haar brief. Ze spreekt over een liefde voor haar stad ‘die ik heb geërfd en jij je eigen hebt gemaakt’. Ze zegt dat dat niet uitmaakt, maar waarom vermeldt ze dan het onderscheid? Toch even de ‘nieuwkomer’ op zijn plaats zetten, de pikorde herstellen? En erger: Samira is hier geboren, heeft die liefde dus evengoed geërfd. Niet willen kennen, niet willen weten. Geen ontmoeting met een mens.

De schepen spreekt ook over “leefloners die niet in staat zijn Nederlands te spreken en die een overgrote vertegenwoordiging vormen in sociale woningen, vaak ten koste van senioren die een leven lang hebben bijgedragen”. Ze suggereert dus dat de allochtonen een voorkeursbehandeling krijgen en bovendien niet zouden hebben bijgedragen. Gratuit, zonder bewijzen, maar het gaat er bij een groot publiek als zoete koek in. Allemaal profiteurs.

“Want belangrijker dan wat racisme is, is wat het niet is: een excuus om de eigen verantwoordelijkheid te ontlopen.” Veel erger dus dan dat velen worden uitgesloten, is dat enkelen van hen profiteren van de samenleving, aldus Homans. Jammer van de doodschop, maar o wee de schwalbe! De neoliberaal heeft een keuze gemaakt. De neoliberaal gelooft dat iedereen kansen kan grijpen, als hij maar zijn best doet. De neoliberaal is schepen van Diversiteit en Sociale Zaken en OCMW-voorzitter van de tweede grootste stad van Vlaanderen.

Lees hier de open brief van Liesbeth Homans.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s